{1}
##LOC[OK]##
{1}
##LOC[OK]## ##LOC[Cancel]##
{1}
##LOC[OK]## ##LOC[Cancel]##
over onsvacatureskalendercontactNlFrEn
Drie kopen, 1 gratis! Sinaas uit Braziliƫ App voor iPhone
1 2 3
Home Rubrieken Producenten alle producenten
Gebruikersnaam

Wachtwoord Vergeten?

 Wie oordeelt?
 Partnercriteria
 Reisblogs
 Geografisch overzicht
 Afrikafocus
 Fair trade ?
 Partnerfonds
Apicoop - Chili - Kerk

De paraplu van de kerk

William Van Laeken bezoekt Apicoop (25 april 2006)

In het busstation van Valdivia staat Juán Eduardo Henríquez mij op te wachten. Ik wist dat iedereen hem ‘Chino’ noemt vanwege zijn enigszins Aziatische, of beter Indiaanse gelaatstrekken, en ik stel dus voor om dat ook te doen.
Ricardo en Raúl waren okee, maar dit is pas een gastheer die je meteen op je gemak stelt.

Chino is half van de veertig en gerente van Apicoop, de enige honingcoöperatie van Chili. Hun honing heeft het fairtradecertificaat van FLO. Chino zit trouwens in de raad van bestuur van FLO en verklapt me maar meteen, in vloeiend Amerikaans-Engels, het laatste bedrijfsnieuws.

Op weg naar het hotel rijden we langs een soort ‘verzonken land’, een lager gelegen, lagune-achtig terrein naast de weg. “Een verzakking als gevolg van de aardbeving van 1960”, legt Chino uit, “de zwaarste uit de recente Chileense geschiedenis. Ze veroorzaakte een enorme vloedgolf langs een groot stuk van de kust en veranderde de loop van enkele rivieren. In Valdivia was veel kapot, mensen begonnen te plunderen, de overheid riep de noodtoestand uit. Met Amerikaans geld werd een reusachtig veldhospitaal ingericht dat er dertig jaar later nog altijd was! De oudere mensen van Valdivia hebben die aardschok nog altijd "under their skin".”

***
Chino haalt me stipt om half negen af om naar zijn Apicoop te rijden, in Paillaco, dertig kilometer landinwaarts. “Je moet ’s avonds echt eens rondkijken in Valdivia”, raadt hij me aan. “Het is een aangename, levendige stad, ook door de universiteit. Een strijdlustige stad ook waar Pinochet niets moest van hebben. Hij deelde deze regio trouwens opnieuw in waardoor de stad in een groter en politiek rechtser geheel opging. Cultureel en intellectueel is Valdivia een atypische stad voor Chili. Niet te vergelijken met Puerto Montt, een even grote stad wat meer naar het zuiden, die wij spottend Muerto Montt noemen.”

Vlakbij de spoorweg in Paillaco ligt het bedrijfsgebouw van Apicoop. Ook hier heet de vlag van Oxfam-Wereldwinkels me welkom. “Ik ga vandaag niet veel tijd hebben”, excuseert Chino zich. “Er is een FLO-inspecteur uit Costa Rica op bezoek.” Maar hij laat koffie aanrukken en geeft alvast een kleine geschiedenis van de coöperatie.

“We staan pas sinds 1997 op eigen benen. Daarvóór, vanaf 1980, werkten we onder de paraplu van de kerk. De bisschop van Valdivia was onze baas. Ik ben er bijgekomen in 1983, een langharige politieke activist die met de kerk aanpapte! Twee jaar later begonnen we te denken om onze honing onder te brengen in een coöperatie. Maar dat was toen nog behoorlijk naïef. In 1988 ging een eerste container met honing naar Gepa, een Duitse fairtradeorganisatie. Dat waren onze eerste stapjes in het fairtradecircuit.”

“Pinochet z’n liedje was ondertussen uitgezongen en de transición begon. Maar daarom werd het voor ons niet gemakkelijker. Veel ngo’s dachten erover na om weg te gaan uit Chili. Met een aantal zijn we gaan praten. Ze waren verbaasd dat we ze een markt aanboden. Uiteindelijk hapten zes ngo’s toe. Meteen konden we 70 procent van onze honing kwijt op de alternatieve markt. Vandaag is dat 80 procent.”

Chino neemt een slok van zijn koffie en gaat gedreven verder. “In 1997 waren we eindelijk zover dat we vanonder de vleugels van het bisdom uit durfden. Dan hebben we onze eigen coöperatie opgericht. Geen enkele bank wilde ons geld lenen, tenzij ik mijn huis als hypotheek gaf, iets waar mijn vrouw niet om kon lachen. Zevenendertig socios durfden erin te stappen. Sommigen legden ocharme een paar duizend pesos op tafel, we kwamen aan 250 dollar startkapitaal! Ondertussen zijn we met 120 bijenkwekers. Iedereen brengt 400 dollar in, al mogen ze daar twee of drie jaar over doen. Let op, ons patrimonium is van alle leden samen. Die 400 dollar zijn ondertussen tien keer meer waard!”

Maar dan volgt een diepe zucht. “Onze kapitaalsituatie is ronduit hachelijk: de producenten moeten immers cash betaald worden en we hebben maar 130.000 dollar ter beschikking. Weet je dat we misschien vijf keer zoveel honing zouden kunnen aanbieden als we meer kapitaal hadden? Als de ethical banks ons een beetje zouden helpen ... Onlangs kregen we een overbruggingskrediet van Oxfam-Wereldwinkels van 100.000 euro, dat is al iets.”
Terwijl hij opstaat om weg te lopen, zegt hij nog: “De fairtradegemeenschap kent onvoldoende de noden van zijn partners.” Ik schrijf het op.

 
SitemapPrivacyDisclaimerContactSite by Oxfam-Wereldwinkels