{1}
##LOC[OK]##
{1}
##LOC[OK]## ##LOC[Cancel]##
{1}
##LOC[OK]## ##LOC[Cancel]##
over onsvacatureskalendercontactNlFrEn
Drie kopen, 1 gratis! Sinaas uit Braziliƫ App voor iPhone
1 2 3
Home Rubrieken Producenten alle producenten
Gebruikersnaam

Wachtwoord Vergeten?

 Wie oordeelt?
 Partnercriteria
 Reisblogs
 Geografisch overzicht
 Afrikafocus
 Fair trade ?
 Partnerfonds
Apicoop - Chili - Mapuche

Een varken tussen de kasten

William Van Laeken bezoekt Apicoop (26 april 2006)

Chino had het me beloofd: vandaag gaan we naar echt ‘Mapuche-land’. De Mapuche zijn de oorspronkelijke bewoners van Chili. ‘Mapuche’ betekent trouwens ‘zonen van het land’.

We rijden 150 km naar het oosten, tot vlakbij de Argentijnse grens. Zo is het ook gegaan in de negentiende eeuw: het Chileense leger, dat met succes een oorlog met de buurlanden Peru en Bolivia had uitgevochten, had nu zijn handen vrij voor een militaire campagne tegen de onrustige Mapuche. In de Pacificación de la Araucanía werden de etnische indianen naar de periferie verdreven. (Argentinië ging nog grondiger tewerk: daar werden de indios nagenoeg volledig uitgeroeid.)

Als ik naar Chino kijk, vermoed ik dat hij zelf een paar flinke druppels indianenbloed heeft. Hij lijkt mijn gedachten te raden: “Veel Chilenen hebben gemengd bloed. Indianen, Spanjaarden, daarna emigranten uit de hele wereld: wat wil je? Een Chileen is apetrots als hij Frans bloed heeft. Maar indianenbloed, dat weten de Chilenen liever niet. En als ze ’t wél weten, zijn er die het straal durven te ontkennen. Het is niet dat de Chilenen harde racisten zijn, het is eerder dat we niet trots zijn dat we Mapuches onder ons hebben. Oké, er zijn initiatieven van de regering, er zijn scholen waar in het Spaans en het Mapuche wordt onderwezen, er zijn landtoewijzingen aan de indígenas. Maar het gevoel, de commitment, is er niet.”

We zijn onderweg naar een volbloed Mapuche, Florentino, lid van Apicoop. “We hebben heel wat Mapuche-socios”, zegt Chino, terwijl hij tegen 50 km per uur zijn auto over een grindweg stuurt. Ik kan van het hevige schudden bijna niet meer opschrijven.

“Florentino zag ik twintig jaar geleden voor het eerst. Hij kwam uit een huisje tevoorschijn dat veel weg had van een varkensstal. Hij is er sindsdien flink op vooruitgegaan. Maar gek genoeg vroeg hij me nooit binnen in zijn huis. Zijn dochter van zeventien studeert voor secretaresse, ze heeft bij ons in Paillaco gesolliciteerd. Ik heb haar gezegd: I’ll treat you tough, ik ga je niet voortrekken omdat je de dochter van een socio bent. Maar ze is typisch voor deze plattelandsgemeenschap: het meisje studeert terwijl haar oudere broer er de brui aan gaf, hij kreeg de taste of money en trok naar Santiago. Dat gebeurt hier veel. Maar al bij al ligt het onderwijsniveau van de jonge generatie tweeënhalf keer zo hoog als bij de ouders. De school is enorm belangrijk. Weet je dat wij onze bijenkwekers speciaal uitbetalen vóór september? Zo geven we ze geen excuus hun kinderen niet naar school te sturen.”

We komen bij het Lago Ranco, een groot meer met in het midden Isla Huapi, een reducción, zeg maar reservaat, van Mapuche-indianen. Bij Chileense toeristen is het eiland niet onbekend vanwege de jaarlijkse bijeenkomsten van de dorpsraden. Daar, in de stijl van de vroegere lepún of oogstfeesten, wordt over alles beslist wat de Mapuche-gemeenschap aangaat. “Op die traditionele feesten gaat het er soms wild aan toe”, zegt Chino. “Er wordt een sacred circle gemaakt. Buitenstanders komen er niet in, maar mogen uit de verte toekijken. De protestantse kerken, die vrij sterk bij de Mapuche zijn ingeplant, bekijken dit soort ‘heidense’ rituelen met een scheef oog.”

Na nog een half uur rijden door dorpjes met loslopende varkens komen we bij Florentino. Hij staat aan de inkom, wuift ons verder zijn erf op. Onderaan heeft hij nog maar twee tanden. We gaan op een krukje zitten in zijn bodega de cosecha. Niet met de deur in huis vallen, had Chino me gewaarschuwd. Ook niet meteen het notitieboekje bovenhalen. Maar Florentino lijkt me niet abnormaal onder de indruk.
“Thuis waren we met vijven”, zegt hij. “Mijn ouders hadden tien hectare grond, de kinderen hebben nu elk twee hectare. Gelukkig heb je voor bijenkasten weinig grond nodig. Ik heb een 50-tal kasten. Ik mag niet klagen, mijn kasten brengen gemiddeld 30 kilo op. Met wat maïs en dieren erbij verdien ik de kost voor mijn gezin.”

We lopen tot bij zijn colmenas, op een klein lapje grond van niet meer dan 50 m². “Ik zou er best nog twintig of dertig bij willen, maar een drieledige kast kost gauw 60 dollar en dat kan ik nu niet betalen.” Tussen de kasten loopt een varken te snuffelen.

Ik pols nog even naar zoiets als zijn Mapuche-identiteit, maar dat is allicht een typische intellectuelenvraag. Hij haalt zijn schouders op. “Je hebt de peñis, de Mapuche. En je hebt de huinkas, de anderen. Wij hebben zwart haar, ook op gevorderde leeftijd.” Hij kijkt ons wat ondeugend aan en zegt tegen Chino: “Jij kon één van de onzen zijn.” En tegen mij: “Jij bent duidelijk huinka.“
Chino legt me later uit dat ze precies weten wie Mapuche is en wie niet. Peñi betekent ‘broer’. Huinka is afgeleid van inka, ‘zij die van het noorden kwamen’, bij uitbreiding de anderen, de vreemdelingen.

Chino neemt me nog mee naar een tweede Mapuche-socio, maar Juan is niet thuis. “Ik had hem laten weten dat we kwamen”, zegt Chino, “maar dat risico moet je erbij nemen.”
We lopen toch even zijn erf op. Het ligt aan een meertje. Juan heeft een stuk van zijn grond ingericht als kampeerterrein, of wat daarvoor moet doorgaan. Het heeft duidelijk betere tijden gekend. Wat verder staat een chalet die hij volgens Chino aan toeristen verhuurt voor 40 dollar per dag.
“De meeste Chilenen”, zegt Chino, “noemen de Mapuche lui. In de dubbele betekenis: ze leven volgens het ritme van de natuur, en daar is niets op tegen. Maar soms is dat ook een excuus om inderdaad lui te zijn. Kasten gaan kapot en bijen sterven doordat ze te lang wachten om technische assistentie te vragen, of gewoon doordat ze onze instructies niet opvolgen.”

We rijden terug. Ik kijk om naar de bergtoppen van de Andes die hier op Argentijns grondgebied liggen. Er is nauwelijks verkeer. Eén keer worden we opgehouden door tientallen zwarte koeien - Aberdeen Angus? Hun begeleiders zijn drie huasos, hoog op hun paard, met brede sombrero en ruime regenjak. We zijn hier niet in het Patagonië van Bruce Chatwin, maar het finnis terrae-gevoel is er wel degelijk.
 

 
SitemapPrivacyDisclaimerContactSite by Oxfam-Wereldwinkels