Einde bananenoorlog
Europa mist kans voor duurzaam en fair ‘bananenregime’
De Europese Unie bereikte in december 2009 een akkoord met Latijns-Amerika over een forse vermindering van de invoertarieven voor ‘dollarbananen’. Het wordt veel voordeliger om deze bananen, afkomstig van plantages van Amerikaanse multinationals in Latijns-Amerika, naar Europa te exporteren. Zo komt een einde aan een handelsconflict tussen Europa en Latijns-Amerika dat zestien jaar duurde.
De Wereldhandelsorganisatie (WTO) berispte Europa in het verleden omdat het Europese handelsbeleid de Latijns-Amerikaanse bananenproducenten benadeelde ten opzichte van de ACP-landen. De voormalige Europese koloniën in Afrika en de Caraïben betaalden immers minder invoerrechten voor hun bananen. Na elke nieuwe klacht van Latijns-Amerikaanse landen tegen deze voorkeursbehandeling van ACP-landen voerde Europa kleine aanpassingen aan zijn bananenregime door. Maar elke keer vonden de Latijns-Amerikaanse landen die aanpassingen onvoldoende.
De Latijns-Amerikaanse landen kregen bij hun WTO-procedures de volle steun van de Verenigde Staten. De belangen van Amerikaanse multinationals zoals Dole, Del Monte en Chiquita zijn enorm: vijf bedrijven controleren samen tachtig procent van de internationale bananenhandel.
Nieuwe deal
Met de nieuwe deal verbinden de Latijns-Amerikaanse landen er zich toe om hun klachten bij de WTO in te trekken. Bovendien past de deal in een breder akkoord over de verregaande liberalisering van tropische producten die nog op de WTO-agenda staat.
Europa krijgt de verzekering dat het in dat akkoord niet opnieuw toegevingen op de invoertarieven moet doen. De nieuwe deal voorziet dat Europa zijn douanetarief voor een ton bananen zal verminderen, eerst van 176 euro naar 148 euro, en uiteindelijk tegen 2016 naar 114 euro.
Het wordt veel voordeliger om ‘dollarbananen’ (bananen afkomstig van plantages van Amerikaanse multinationals in Latijns-Amerika) naar Europa te exporteren. Momenteel worden er jaarlijks 3,9 miljoen ton bananen vanuit Brazilië, Costa Rica, Ecuador, Guatemala en Honduras verscheept tegenover 920.000 ton uit de ACP-regio. De Latijns-Amerikaanse exporteurs verwachten een stijging van hun bananenexport naar Europa met 17 procent. De ACP-landen schatten dat hun bananenuitvoer naar Europa met 14 procent zal dalen en maken zich zorgen over de sociale en de economische gevolgen van het akkoord.
Compensaties: doekje voor het bloeden
Europa tracht het leed van de Afrikaanse en Caribische landen te verzachten met compensatiemaatregelen ter waarde van 200 miljoen euro. Het geld is bedoeld om de plattelandseconomie te diversifiëren, de sociale gevolgen van het akkoord op te vangen en de concurrentiekracht van de bananenproducenten te verhogen. Maar de ACP-landen zijn niet tevreden met dit bedrag.
Een ACP-onderhandelaar stelde het als volgt: “We don’t like the deal, but we have very little leverage to improve it.” Ook boerenleiders in de Caraïben vrezen dat deze maatregelen niet zullen volstaan om het handelsverlies te compenseren.
Oxfam International noemt de bananendeal geen voorbeeld van “eerlijke handel”. De grote multinationale bananenbedrijven zullen de winnaars zijn. De kleine bananenproducenten uit de ACP-regio, die vaak duurzamer produceren, moeten hun productiekosten drukken om te kunnen opboksen tegen de dollarbananen. Dat zal ten koste gaan van zorg voor arbeiders en milieu, en leiden tot meer schendingen van mensen- en arbeidsrechten op bananenplantages, zoals in Latijns-Amerika vaak het geval is.
Meer goedkopere dollarbananen en minder duurzame ACP-bananen in de Europese winkels zijn een gemiste kans om tot een duurzaam en fair handelsregime voor bananen te komen.
Bananenoorlog in de supermarkt?
Inmiddels zakt wereldwijd de prijs voor bananen alsmaar dieper. "Discounters verlagen hun prijs voor bananen om nieuwe klanten te lokken”, zegt Rob Cameron van FLO (Fairtrade Labelling Organisations). “Ze trekken het zich niet aan dat ze daarmee tienduizenden boeren aan de rand van het bankroet brengen." FLO voerde in de herfst van 2009 een prijsverhoging voor fairtradebananen door, tegen de prijstrend in. “Willen we de boeren in het Zuiden echt helpen, dan moeten we dit doen", verklaart Cameron. "Om onze FLO-afspraken tegenover de producenten na te komen, is in feite een nog hogere prijs nodig. Maar dan wordt de kloof met de gangbare banaan te groot." Cameron roept de consumenten op om ondanks het prijsverschil toch voor fairtradebananen te kiezen. Zo geven ze een signaal aan de distributie dat het hun menens is met eerlijke handel.
W2 - Januari 2010