Ivoorkust: een gevallen reus.
Ivoorkust: een gevallen reus.
Ivoorkust, lange tijd een voorbeeld van economische ontwikkeling, is op de Menselijke Ontwikkelingsindex teruggevallen tot plaats 166.
Grotere kaart weergeven
‘Miracle ivoirien’
Ivoorkust diende in het verleden vaak als voorbeeld van economische ontwikkeling in Afrika en daarbuiten; men sprak van het “miracle ivoirien.”
Nu staat dit type van ontwikkeling bekend als de manier waarop het zeker níet moet: een onverantwoorde kortzichtigheid die structureel niet duurzaam was.
Na de onafhankelijkheid (1960) opteerde president Houphouët-Boigny voor een open economisch kapitalistisch systeem, met hier en daar toch een sterke hand van de overheid. Als koloniale nalatenschap bleef de economie van Ivoorkust sterk afhankelijk van de export van landbouwgewassen (cacao, koffie, katoen en palmolie) en van hout uit het tropische regenwoud. Maar dat woud werd zienderogen kleiner - Ivoorkust haalde één van de hoogste ontbossingssnelheden ter wereld. Het woud moest wijken voor landbouwgrond, die werd ingepikt door zowel plantages van buitenlandse en staatsbedrijven als ‘kleine’ boeren. Er was vrije toegang tot grond voor elke boer die hem wou bewerken, inclusief buitenlanders. Deze ‘grondpolitiek’, gecombineerd met een lage maar stabiele prijs, subsidies voor werkmiddelen (zoals meststoffen en pesticiden) en minimale vorming, leidde tot een hoge groei van rond de 10 procent. Ook de hoge grondstofprijzen in de jaren 1970 zorgden mede voor deze economische ‘boom’.
‘Illusion ivoirienne’
Maar de overheid gebruikte de hoge inkomsten die deze groei opleverde (40% van de toegevoegde waarde) niet op de beste manier. De president financierde er zijn patronagenetwerken mee. Er werd nauwelijks geïnvesteerd in infrastructuur - of toch niet ten dienste van de hele bevolking.
Zo reed ik tijdens mijn bezoek vanuit Abidjan in de richting van San Pedro over een perfecte asfaltweg door gigantische oliepalmplantages in handen van multinationals. Toen de weg plots overging in een slecht onderhouden en levensgevaarlijke weg vol putten, bleken de aangrenzende velden met oliepalm in handen van kleine boeren te zijn. Een kwestie van prioriteiten dus.
Evenmin werd de opgeleverde rijkdom gebruikt voor economische diversificatie om de afhankelijkheid van grondstoffen te verminderen. Die afhankelijkheid van grondstoffen doorprikte de “illusion ivoirienne”vanaf het einde van de jaren 1970. De wereldmarktprijzen voor landbouwgrondstoffen stortten in, niet in het minst voor koffie en cacao.
Bovendien werden de schulden van het land, door de internationale financiële crises in de jaren 1980, een blok aan het economische been. Het mirakel werd een “désastre” en zette zich bijna onverbiddelijk door de daaropvolgende decennia. De burgeroorlog in 2002-2003 maakte de zaken er vanzelfsprekend niet beter op.
Om aan de schuldverplichtingen te voldoen, deed het land tot tweemaal toe een beroep op de beruchte internationale financiële instellingen: het Internationaal Muntfonds (IMF) en de Wereldbank (WB). Een eerste Structureel Aanpassingsprogramma eind jaren 1980 ontmantelde de weinige sociale dienstverlening aan de bevolking, maar bracht weinig soelaas voor de achteruitboerende economie.
Eind jaren 1990 en in het begin van deze eeuw deed het land een beroep op een
systeem voor schuldkwijtschelding van die instellingen: de overheidsdiensten die de cacao- en koffiemarkt reguleerden, gingen voor de bijl en werden vervangen door instanties die zo mogelijk nog slechter functioneerden.
De slechte economische resultaten, de ingrepen van IMF en WB, de corruptie en de burgeroorlog richtten in Ivoorkust een sociaal slagveld aan.
Terwijl in de jaren 1970 het land in vergelijking met collega’s in Sub-Sahara Afrika nog zeer goed scoorde, is het nu voor zowat alle meetbare indicatoren bij de slechtste van de klas op het continent en in de wereld. Volgens het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (2007) halveerde het inkomen én de koopkracht van de gemiddelde Ivoriaan bijna van 1000 dollar in 1975 naar 600 dollar in 2005. 15 procent van de mensen leeft met minder dan 1 dollar per dag (aangepast aan koopkracht), bijna de helft met minder dan 2 dollar. De gemiddelde
Ivoriaan wordt niet ouder dan 48 jaar. Per duizend levend geboren kinderen sterven er liefst 195 voor de leeftijd van 5 jaar. 13 procent van de bevolking is ondervoed - maar daar heeft de burgeroorlog, met 750.000 ontheemden, veel mee te maken, want verder is het land er één van overvloed. De helft van de bevolking kan lezen noch rekenen. Slechts iets meer dan de helft van de kinderen is ingeschreven in de lagere school. De Menselijke Ontwikkelingsindex van Ivoorkust is er absoluut op
achteruitgegaan: het land staat op een schamele 166ste plaats (in de lijst van
177).
Uit: partnerdossier Kavokiva, Jonathan Pues, maart 2008.