{1}
##LOC[OK]##
{1}
##LOC[OK]## ##LOC[Cancel]##
{1}
##LOC[OK]## ##LOC[Cancel]##
over onsvacatureskalendercontactNlFrEn
Drie kopen, 1 gratis! Sinaas uit Braziliƫ App voor iPhone
1 2 3
Forwarders Overzicht Ivoorkust Ivoorkust: koffie en cacao
Gebruikersnaam

Wachtwoord Vergeten?

 Algemene info
 Rubrieken
Ivoorkust: koffie en cacao

Ivoorkust: koffie en cacaoIvoorkust: koffie en cacao.

Een verhaal van vette en magere jaren.

De grondstoffencrisis en de machteloosheid van de Ivoriaanse staat hebben de cacao- en koffieboeren sociaal en economisch genekt.

Rond 1888 werden koffie en cacao voor het eerst geplant in wat later Ivoorkust zou worden, meer bepaald in het zuidoosten in de streek rond de stad Aboisso. De gewassen werden eerst exclusief door Franse kolonialen op plantages verbouwd. Ze werden daarbij ondersteund door de arbeidsplicht die het koloniale systeem in het huidige Ivoorkust en Burkina Faso (toen Opper-Volta) had opgelegd. De plaatselijke bevolking kreeg pas “interesse” in de gewassen toen de Franse kolonialen zich verplicht zagen een hoofdelijke en geldelijke belasting in te voeren.
Parijs eiste namelijk dat de koloniën zelfbedruipend zouden worden. Om aan baar Frans geld te raken, dat daarna weer in de koloniale schatkist kon gestort worden, moest de plaatselijke bevolking marktgewassen gaan telen. Het startschot voor de uitbreiding van de cacao- en koffiegronden was daarmee gegeven.

Stimulerende politiek
Die uitbreiding kwam pas goed en wel op gang na de onafhankelijkheid van het land. President Felix Houphouët-Boigny voerde een open beleid wat betreft kapitaal: buitenlandse bedrijven konden haast onbeperkt investeren.
Ze werden gerustgesteld door de stabiliteit van het land en onder meer aangetrokken door de gunstige infrastructuur.
Ook op arbeidsvlak werd een open beleid gevoerd. Om de expansie rond te krijgen, was veel arbeid nodig.
Seizoensarbeiders uit buurlanden werden met open armen ontvangen. Ze hadden bovendien het recht om land in gebruik te nemen en een boerderij op te starten. Pesticiden en kunstmest werden gesubsidieerd.
Tegelijkertijd was de landbouwsector toch ook sterk gereguleerd. Zowel de prijzen aan de boeren als de exportprijzen werden in het begin van het seizoen vastgelegd door de Caisse de Stabilisation (Caistab). Waren de wereldmarktprijzen op het moment van export hoger dan de vastgestelde exportprijs, dan werd het verschil op de rekening van Caistab gestort. Waren ze lager, dan stortte Caistab het verschil terug aan de exporteur.

De prijzen aan de boeren werden laag gehouden, en dus werd de productie op een indirecte manier hoog belast. Maar tegelijk waren de prijzen aan de boeren stabiel en hoog genoeg om boeren tot uitbreiding aan te zetten.
Tijdens de gouden jaren 1970 raakten de rekeningen van Caistab overvol. De regering liet er al snel haar begerige blik op vallen om de stijgende kosten te financieren en de gunst van de elite van de verschillende bevolkingsgroepen af te kopen.

Crisisjaren
Maar in de twee daaropvolgende decennia zakten de prijzen als een pudding in elkaar. Met de lege rekeningen konden de instellingen geen leefbare prijs meer aan de boeren garanderen. Dat veroorzaakte een versnelde ontbossing, want de
boeren poogden de tekorten goed te maken door meer grond in gebruik te nemen. De Europese Unie financierde nog enkele jaren het Caistabsysteem totdat ze de bodemloze put niet langer wou vullen. Terwijl de landbouwsubsidies en vormen van niet-financiële landbouwondersteuning al voor de bijl waren gegaan door het
Structurele Aanpassingsprogramma van IMF en Wereldbank, werd de laatste regulerende staatsinstelling ten slotte in 1999 ten grave gedragen.
Dat gebeurde onder het goedkeurend oog van de internationale financiële instellingen in het kader van de schuldverlichting.

De timing kon niet slechter vallen: niet veel later heersten de laagste wereldmarktprijzen ooit voor koffie en cacao. Daar waren de boeren, nu er geen prijsstabilisatie meer bestond, het grootste slachtoffer van. Ze kwamen eind 1999 dan ook massaal op straat om een terugkeer naar het oude systeem te eisen; uit protest verbrandden ze bergen cacao.

Na 40 jaar staatsinterventie was de landbouwmarkt in Ivoorkust allesbehalve klaar voor de vrije markt, zeker als je rekening houdt met het zogezegde doel van de vrijmaking: een groter aandeel in de exportprijs en betere inkomens voor boeren. Dat vereist immers goede informatie aan de boeren, landzekerheid, toegang tot krediet, goede infrastructuur,...
Dat was allemaal niet het geval. De grote winnaars waren dan ook de tussenhandelaars (of pisteurs) en multinationals. De eersten konden lage prijzen bedingen bij de slecht geïnformeerde en verarmde boeren. De multinationals konden de wetten omzeilen en hun tentakels tot in de kleinste dorpjes laten doordringen.
Het binnenland werd nochtans verondersteld exclusief terrein voor deboeren en hun coöperaties te zijn.

Nieuwe tijden
Toen duidelijk was dat de verhoopte effecten niet snel zouden worden bereikt, gaf de regering toe aan de eisen van de boeren. Ze creëerde een handvol onafhankelijke instellingen om de markt te ondersteunen. De boeren zouden hierin ook een rol krijgen.
Op papier zag het er allemaal goed uit. Maar de overvloedige inkomsten – op elke kilogram uitgevoerde cacao ontving elke instelling een heffing voor het uitvoeren
van haar taak – werden nauwelijks gebruikt voor wat ze bedoeld waren.
Corruptie, cliëntelisme en gebrek aan transparantie waren ook hier weer schering en inslag. (Toen ik eind 2007 in Ivoorkust was, beval president Gbagbo een fraudeonderzoek naar de aankoop van een cacaoverwerkingsfabriek in de Verenigde Staten. Ondertussen zou, als resultaat daarvan, het bestuur van de instellingen uit hun functie zijn ontheven. De instellingen zelf zouden worden afgeschaft. Een consultatieprocedure zou zijn opgestart om de sector te hervormen en een nieuw systeem van ondersteuning op te zetten. Afwachten dus of er
verbetering komt.)

De grondstoffencrisis en de machteloosheid van de Ivoriaanse staat hebben de boeren sociaal en economisch genekt. Bovendien heeft vooral de koffiecrisis een verandering in hun productie veroorzaakt.
Koffie wordt massaal verlaten, de plantages worden gerooid om plaats te maken voor oliepalm en rubber.
Van deze producten zijn de prijzen momenteel hoog, bovendien kunnen ze het hele jaar door geoogst worden.
Biobrandstoffen en een groeiende vraag, vooral in het snel groeiende Azië, zijn daar de motor van.

 
SitemapPrivacyDisclaimerContactSite by Oxfam-Wereldwinkels