Ergste Vormen van Kinderarbeid in de cacaoketen
Slavernij? Vandaag?
Wereldwijd werken meer dan 200 miljoen kinderen tussen 5 en 17 jaar oud. Ongeveer 70% werkt in de landbouw, schat de International Labour Organization (ILO). Veel kinderen werken om te overleven of om hun familie financieel te ondersteunen.
In Afrika komt kinderarbeid veel voor en in de West-Afrikaanse cacaosector werken naar schatting enkele tienduizenden kinderen. De kinderen leveren zwaar en gevaarlijk werk. Vaak gaan ze nauwelijks of niet naar school. In sommige gevallen is er zelfs sprake van kindslavernij: kinderen die onder dwang en zonder enige betaling in de cacaoteelt te werken.
Kinderwerk of kinderarbeid?
Het is belangrijk om een onderscheid te maken tussen kinderwerk en kinderarbeid. Kinderen die hun vader helpen op het land is een diepgeworteld cultureel fenomeen, ook op de cacaoboerderijen in West-Afrika. In de strijd tegen kinderarbeid gaat het er niet om te verbieden dat kinderen hun ouders helpen op het veld en zo bijdragen aan het inkomen van de familie en de technieken leren die belangrijk zijn voor de cacaoteelt. Het gaat wel om de omstandigheden waarin zij werken. Kinderen moeten beschermd worden tegen werk dat hun ontwikkeling in de weg staat.
‘Ergste Vormen van Kinderarbeid’
Kinderen moeten beschermd worden tegen de ergste vormen van kinderarbeid. De ILO bepaalt het internationale juridische kader voor kinderarbeid.
Aanvaardbaar is arbeid die bijdraagt tot de ontwikkeling van kinderen en het welzijn van hun families.
Wat niet door de beugel kan is arbeid die de ontwikkeling van de kinderen schaadt of hun scholing in de weg staat.
Onder de ergste vormen van kinderarbeid vallen volgens de ILO-conventies onder andere alle vormen van slavernij, zoals het verhandelen van kinderen, lijfeigenschap, gedwongen arbeid, en ook werk dat in aard of door de omstandigheden waarin het wordt uitgevoerd, de gezondheid, veiligheid of moraal van kinderen aantast.
Dankzij de media werden de ergste vormen van kinderarbeid een ‘hot issue’ bij politici en bedrijven. De documentaire “Slavery: A Global Investigation” uit 2001, liet jonge kindslaven op de cacaovelden in Ivoorkust getuigen over de omstandigheden waarin ze moeten werken. Na deze reportage volgden nog getuigenissen.
Kinderarbeid is hoger bij de landonzekere inwijkelingen in Ivoorkust, en er zou een verband zijn tussen kinderarbeid en afwezigheid van sociale voorzieningen zoals gezondheidszorg en onderwijs.
Gelukkig bestaat er al een systeem dat aan elk van deze factoren tegemoet komt en producten certificeert met een minimumprijs, niet-discriminatie en een premie voor sociale projecten: eerlijke handel.
Kinderarbeid is geen makkelijke materie. De definitie is al moeilijk. Men kan er moeilijk bezwaar tegen hebben dat een kind na schooltijd even de mouwen opstroopt en pa en ma op het veld helpt. Te meer omdat hij/zij later een eigen boerderij zal hebben en het vak ooit zal moeten leren. Want het is en blijft een vak.
Problematisch wordt het als een kind te zware arbeid moet doen (zakken van 60 kilogram op het hoofd van een 7-jarig jongetje is niet goed voor de rug), gevaarlijk werk (pesticiden sproeien, met machetes werken,…) of als het kind door het werk de school mist. Slavernij is uiteraard nooit te aanvaarden.
Lees meer:
Update: 21 december 2009