{1}
##LOC[OK]##
{1}
##LOC[OK]## ##LOC[Cancel]##
{1}
##LOC[OK]## ##LOC[Cancel]##
over onsvacatureskalendercontactNlFrEn
WinkelsProductenProducentenPolitiekMeewerkenJongerenVorming
1 2 3
Home Rubrieken Politiek Landbouw - klimaat
Gebruikersnaam

Wachtwoord Vergeten?

 Landbouw - klimaat
 Campagne GROEI
 Fair trade
 Biobrandstoffen
 Grondstoffen
 Palestina
 Beleidstelex
 Contact
Waarom klimaat ?

Klimaat en Oxfam-Wereldwinkels: waarom?In de zoektocht naar oplossingen voor de klimaatproblematiek staat er heel wat op het spel voor de ontwikkelingslanden. De gevolgen van de klimaatverandering komen het hardst aan bij de meest kwetsbare bevolkingsgroepen in het Zuiden: zij die afhankelijk zijn van hun natuurlijke omgeving om te overleven. Voor een groot deel zijn dat landbouwers.
Het cynische is dat zij het minst bijdragen aan de opwarming van de aarde. Ze hebben niet genoeg financiële- en technologische middelen om zich voor te bereiden op deze veranderingen. Ze vragen dan ook een rechtvaardig internationaal klimaatbeleid, waarbij de industrielanden hun uitstoot van broeikasgassen drastisch verminderen en ontwikkelingslanden helpen om zich te wapenen tegen het veranderende klimaat.

Zware kosten voor Zuiden
Dat de armste landen het zwaarst getroffen worden, blijkt uit het laatste rapport van het IPCC (het internationale panel rond klimaatverandering), dat dit jaar, samen met Al gore, de Nobelprijs voor de Vrede heeft gewonnen. In Afrika zal voedselonzekerheid toenemen door dalende landbouwopbrengsten en zullen vruchtbare landbouwgronden verdwijnen. De opbrengst van de landbouw zal in sommige landen met de helft terugvallen tegen 2020. Het aantal personen dat onvoldoende drinkwater heeft zal blijven toenemen. De visvangst in de grote meren in Midden- Afrika zal dalen.

Oxfam International schat dat de kosten van ontwikkelingslanden om zich aan te passen aan het veranderende klimaat zullen oplopen tot 50 miljard dollar per jaar. In Zuid-Afrika schakelen boeren nu al over naar andere gewassen om het hoofd te bieden aan de variabele regenval. In Bangladesh bouwen dorpen drijvende groentetuinen om hun voedsel te beschermen tegen overstromingen. In Vietnam startte men met het aanplanten van dichte mangroves om dorpen te beschermen tegen tropische stormen.

De voorziene fondsen zijn echter ontoereikend. Voor de minst ontwikkelde landen betaalden de rijke landen tot nu toe nauwelijks 5 procent van wat nodig is voor aanpassing. Er is discussie over hoe die fondsen moeten gespijsd en beheerd worden en of hiervoor geld van ontwikkelingssamenwerking mag gebruikt worden.

Voor Oxfam is het duidelijk: middelen voor aanpassing moeten bovenop de beloofde ontwikkelingssamenwerking komen.

Inspanningen van groeistaten?
Voldoende middelen voor aanpassing van kwetsbare groepen aan de klimaatverandering is één ding. Een drastische reductie van de uitstoot van broeikasgassen door industrielanden is een andere prioriteit.

Anders zullen de aanpassingskosten in de toekomst nog meer oplopen. Als de rijke landen niet tonen dat ze het zelf menen, zullen ze andere landen moeilijk kunnen overtuigen om maatregelen te nemen. De rijke landen willen dat ook grote groeistaten zoals China, Brazilië en India een concrete inspanning leveren om hun uitstoot van broeikasgassen onder controle te brengen. Maar China en India willen niets doen als de Verenigde Staten niet meewerken. Ook de manier waarop de rijke landen aan hun emissiereducties zullen werken, is van groot belang. Investeren ze werkelijk in energiebesparing en energie-efficiënte systemen? Of zoeken ze vooral hun toevlucht tot niet-duurzame oplossingen, zoals import van biobrandstoffen uit het zuiden?

Is het Clean Development Mechanism wel “Clean”?
Het Kyotoprotocol wil dat de vermindering van broeikasgassen voor het grootste deel op het eigen grondgebied gebeurt, maar voorziet in een aantal “flexibele” mechanismen, zoals het Clean Development Mechanism (CDM): industrielanden kunnen emissiereducties realiseren door ‘schone’ projecten in ontwikkelingslanden te financieren. De redenering hierachter is dat het voor de industrielanden goedkoper is om ginder te investeren in CO2-reductie.
Tegelijk zou dit mechanisme voor investeringen en technologieoverdracht naar de ontwikkelingslanden zorgen.

Maar hier knelt het schoentje. De industrielanden investeren enkel in goedkope projecten zonder toegevoegde waarde voor de lokale bevolking. Veel projecten zijn gebaseerd op technologie die in industrielanden voorbijgestreefd is. Slechts 1,31% van de projecten heeft het verbeteren van de energie-efficiëntie als doel. Nog minder projecten hebben oog voor de bredere ontwikkelingsdoelstellingen van de
lokale bevolking. Of nog erger: ze tasten de rechten van de lokale bevolking aan.

Afrika uit de boot
In september protesteerden Ugandese boeren tegen een “klimaatbos” dat in opdracht van SEP, een samenwerkingsverband van Nederlandse energiemaatschappijen, werd aangeplant zonder evenwel de landrechten van de boeren te respecteren. Door de komende 25 jaar 150.000 hectare bomen te planten wil SEP de uitstoot van een grote kolencentrale compenseren. De boeren werden voor de aanleg van het bos weggestuurd, maar hebben een deel van het bos weer ingenomen en de bomen omgehakt.

Nochtans zijn er ook goede voorbeelden van CDMprojecten.
Aan het Atitlanmeer in Guatemala werd een kleine waterkrachtcentrale gebouwd die aan twee dorpjes elektriciteit en verlichting levert en een graanmolen aandrijft. Herbebossing van een bergflank moet een continue waterstroom garanderen zonder risico op erosie en overstromingen.

Op een conferentie rond deze problematiek in oktober in Brussel werd ook gewezen op de slechte regionale spreiding van de CDM-projecten. De armste Afrikaanse landen vallen bijna helemaal uit de boot: investeerders gaan liever waar er goede infrastructuur en weinig risico’s zijn. Een bijkomend probleem is dat Afrikaanse landen minder informatie en capaciteit hebben om zelf goede projecten voor te stellen. Maar de boodschap was ook dat industrielanden het Clean Development Mechanism niet mogen gebruiken om aanpassingen aan productie.

Saar Van Hauwermeiren, Politieke Dienst.

 
SitemapPrivacyDisclaimerContactSite by Oxfam-Wereldwinkels