Suiker en biobrandstoffen
Suiker voor biobrandstofproductie
De toenemende vraag naar biobrandstoffen sinds 2003 zorgt ervoor dat steeds meer landen suiker telen voor ethanolproductie. Over een periode van vijf jaar is de handel in ethanol verdrievoudigd.
Brazilië, de belangrijkste exporteur, gaat het verst in de grootschalige toepassing van biobrandstoffen in zijn transportsector. In 2003 introduceerden zij de “flexfuel” auto’s. Deze auto's, die flexibel omschakelen tussen benzine of ethanol, vertegenwoordigen ondertussen meer dan 90 procent van de personenwagens in het land.
In 2008 ging 60 procent van het geoogste suikerriet in Brazilië naar ethanolproductie. Voor 2009 en 2010 zal opnieuw een groter aandeel van het suikerriet naar suikerproductie gaan. Dit door de lage olieprijzen, waardoor ethanol weer minder aantrekkelijk wordt op de markt, en door een verwacht tekort aan suiker van 5 miljoen ton. Maar op lange termijn voorspelt men een nieuwe stijging van de olieprijzen en zou er (vanaf 2012) weer een sterke dynamiek in de Braziliaanse ethanolindustrie zitten.
Vanuit milieuoogpunt zijn er een aantal bekommernissen rond deze expansie.
In plaats van een omschakeling van de suikerteelt naar meer duurzame productiemodellen, versterkt de biobrandstofindustrie het agro-industrieel model en de druk op het milieu. Vooral de Cerrado in Brazilië, een belangrijk gebied qua biodiversiteit, zal verder door suikerteelt ingenomen worden. Er zullen steeds meer indirecte effecten spelen doordat de extensieve veeteelt meer naar het noorden zal opschuiven.
Gevalstudies uit verschillende Latijns-Amerikaanse landen wijzen uit dat er weinig voordelen zijn aan de exportgerichte biobrandstofproductie voor de kleinschalige producenten en de lokale bevolking.
Ook in Afrika begint de ethanolindustrie zich volop te ontwikkelen. De grootste suikerproducerende landen Zuid-Afrika, Egypte, Sudan en Kenia zien de productie van ethanol als een diversificatiestrategie van de suikerindustrie. Veel Afrikaanse landen zien hun preferentiële toegang tot de Amerikaanse en Europese markt als een opportuniteit. In Kenia, Tanzania en Mozambique staan grote investeringen voor ethanolproductie op stapel. De productie is er bedoeld voor export, niet om te voldoen aan de eigen energiebehoeften in rurale gebieden. In Afrika gaan de toenemende investeringsplannen rond biobrandstoffen gepaard met onduidelijkheden rond landbezit, landplanning en milieureglementering.
Fairtradeorganisaties moeten een duidelijk standpunt innemen ten opzichte van de toenemende handel in biobrandstoffen. De grootschalige biobrandstofindustrie die gericht is op export, is sterk geconcentreerd en versterkt het agro-industrieel model in de suikersector. Fairtradeorganisaties kunnen de beleidsmakers ervan bewust maken dat dergelijk productiemodel weinig bijdraagt tot duurzame ontwikkeling.
Lees meer: www.oxfamwereldwinkels.be/biobrandstoffen of www.oxfamwereldwinkels.be/paraguay
Juli 2009