Suiker: het economische verhaal
Suikerreuzen, suikerbergen en fair trade
Suikerreus Brazilië
De grootste suikerproducenten zijn Brazilië, de Europese Unie, India, China en Thailand. De meeste landen produceren suiker voor de eigen markt. Amper één derde van de globale productie wordt verhandeld.
Met een marktaandeel van ongeveer 25 procent is Brazilië de grootste exporteur. Voor witte suiker is dat de Europese Unie.
Twee derde van de totale suikerproductie is afkomstig uit ontwikkelingslanden. Die hebben niet allemaal dezelfde belangen. Brazilië kan tegen een stootje, omdat het ook uit andere producten belangrijke inkomsten haalt. Maar voor bescheiden exporteurs zoals Cuba, Fiji, Belize, Guyana, Mauritius en de Dominicaanse Republiek is suiker een belangrijke bron van deviezen.
De suikerberg van Europa
Tot 2006 voerde de Europese Unie een protectionistische suikerpolitiek, waardoor ze kon uitgroeien tot ’s werelds grootste exporteur van witte suiker. De EU garandeerde de Europese suikerboeren een vaste marktprijs en betaalde subsidies voor de suiker die de boeren exporteerden. Een quotasysteem beperkte de suikerproductie in Europa. Daarnaast hield Europa suiker uit ontwikkelingslanden buiten de Unie via heel hoge invoertarieven. Al was er tegelijkertijd een gunstige importregeling voor zowel de ACP-landen als een aantal Minst Ontwikkelde Landen.
Dat regime heeft decennialang de suikermarkt verziekt. Het leidde tot jaarlijkse overschotten, waarvan een deel op de wereldmarkt werd gedumpt. De gevolgen van deze praktijken voor de suikerproducerende landen in het Zuiden waren rampzalig: hun suiker kon niet meer concurreren met de op hun eigen markt gedumpte Europese suiker.
In juni 2006 kwam er een einde aan het dubbelzinnige suikerregime van de Europese Unie. Onder druk van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en enkele grote producenten zoals Brazilië, liberaliseerde Europa de suikerhandel.
De grootste verandering is het terugschroeven en uiteindelijk afschaffen van de vaste opkoopprijs voor suiker. Een tweede ingrijpende wijziging is het terugschroeven van de Europese suikerproductie, zodat Europa in plaats van een netto-exporteur weer een netto-invoerder zal worden.
Na de suikerberg: vele verliezers, één winnaar
Dat Europa zijn suikerregime afbouwt, betekent nog niet dat de toekomst voor de producenten rozegeur en maneschijn wordt. Onder het suikerregime ontving een Europese producent 632 euro voor een ton witte suiker. Vanaf 2009 is dat 404 euro per ton.
Maar ook de producenten in het Zuiden zitten in het verliezende kamp. Europa zal in de toekomst beduidend minder betalen voor de suiker die het invoert. De suikerhervorming betekent voor ACP-landen een geleidelijke afbouw van de gegarandeerde afzetmarkt aan vaste prijzen. Enkel de Minst Ontwikkelde Landen en ACP-landen die een Economisch Partnerschapsakkoord (EPA) met de EU afsluiten, zullen vanaf oktober 2009 nog een vrije toegang tot de Europese markt hebben. Zij het aan veel lagere prijzen.
De toenemende vrijhandel in suiker zal dus leiden tot meer concurrentie tussen producenten uit het Noorden en het Zuiden. De Europese suikermarkt plus de bedrijven in de sector zullen globaliseren. Met als resultaat dat de prijs van de landbouwproducten nog maar eens naar beneden wordt geduwd.
De kleine boer blijft geconfronteerd met een wereldmarkt van lage en volatiele prijzen die zijn kosten niet dekken. Suikerproducenten in het Zuiden staan voor de keuze: meer suiker uitvoeren aan een lagere prijs of ophouden met de suikerproductie? Het is een uitzichtloze situatie voor vele kleine boeren in Noord en Zuid, en tegelijk een uitdaging voor de grote plantages en suikerbedrijven die Europa van suiker willen voorzien. Want het gat dat Europa op de suikermarkt achterlaat door er niet langer suiker te dumpen, zal moeiteloos worden opgevuld door vooral Braziliaanse plantages.
Grote winnaar van de Europese suikerhervorming is de suikerverwerkende industrie, zeg maar de multinationale concerns van voedingsproducten. De suiker die zij in hun producten verwerken, is een stuk goedkoper geworden.
Candico gaat fair trade
Een van die multinationale suikerconcerns is Candico. Het Antwerpse bedrijf, een onderdeel van de Südzuckergroep, is Europa’s primaire producent van kandijproducten. Het is daarnaast gespecialiseerd in ruwe rietsuikers en biologische suikers.
In oktober 2008 maakte Candico bekend dat het zijn hele rietsuikerproductie naar fair trade omschakelt. Dat de Candicoproducten voortaan het Max Havelaarlabel dragen, is volgens de labelingorganisatie "een absolute mijlpaal. Het laat zien dat fair trade mogelijk is op grote schaal."
Candico, dat ook de biologische rietsuiker van Oxfam Fairtrade tot klontjes perst en verpakt, koopt fairtraderietsuiker in Malawi en Zambia. Dat is niet zonder betekenis. Beide Afrikaanse landen behoren tot de groep van Minst Ontwikkelde Landen. De landen dus die vanaf 1 juli 2009 van een tarief- en quotavrije toegang tot de Europese suikermarkt genieten, weliswaar aan de gangbare marktprijzen.
Omwille van deze aantrekkelijke markttoegang zijn ook andere suikerverwerkers uit het Noorden bezig om bevoorrechte relaties met suikerproducenten in de Minst Ontwikkelde Landen uit te bouwen. Wat Candico in België doet, doet Tate&Lyle bijvoorbeeld in het Verenigd Koninkrijk. Het grootste Britse suikermerk zal binnen afzienbare tijd alleen nog fairtradeproducten aan de retail verkopen. Dat Tate&Lyle zijn fairtradesuiker haast volledig aankoopt in het Midden-Amerikaanse land Belize is evenmin toevallig. Belize is een ACP-land dat via de EPA’s ook op een gunstiger suikerinvoer richting Europa kan rekenen.
Dat Candico en Tate&Lyle terzelfder tijd de switch naar fair trade maken, daarover hoor je ons niet zeuren. Al kleeft er wel een geurtje van eigenbelang aan deze fair trade.
Faire suikertoekomst ?
Door de groeiende marktversnippering, de toegenomen concurrentie en de nood om te vernieuwen, passen de grote suikerbedrijven in Europa hun strategie aan. Ze globaliseren hun activiteiten, vooral in de ontwikkelingslanden die vanaf 2009 quotumvrije suiker kunnen invoeren. Of ze kiezen voor fair trade.
Dat er toekomst zit in de eerlijke handel in suiker, blijkt alvast uit de pijlsnelle stijging van het verhandelde volume. Sinds 2004 is dat elk jaar ongeveer verdubbeld. In 2008 verviervoudigde het volume zelfs, met dank aan Tate&Lyle (70.000 ton) en Candico (2000 ton). Dat is in deze onzekere tijden goed nieuws voor de kleine producenten in Belize, Zambia en Malawi waar zij hun aankopen doen.
De vraag is hoe deze spectaculaire groei een nog grotere impact voor deze kleinere spelers kan hebben. We blijven geloven in het garanderen van een duurzame minimumprijs voor suiker of suikerriet. Net als we blijven geloven in meer invloed van de producenten binnen de productieketen.
Een andere uitdaging ligt op het politieke terrein: Europa moet toelaten dat fairtradesuiker uit landen die niet tot de MOL behoren en geen ACP-land zijn (zoals Paraguay en Costa Rica, twee belangrijke partnerlanden voor Oxfam-Wereldwinkels) ook tolvrij in de EU kunnen invoeren. Op die manier kan fairtradesuiker uit alle landen een mooie toekomst tegemoet gaan.
Enkele belangrijke data in 2009 voor suiker en de EPA's:
- 50 MOL-landen krijgen per 1 juli 2009 volledig tarief- en quotavrije toegang tot de Europese markt
- oktober 2009 - oktober 2015: heffings- en quotavrije toegang van ACP-landen tot de Europese markt. De gegarandeerde minimumprijs zal met minimum 36% gereduceerd worden tegen oktober.
Juli 2009