Hoe straffe koffieboeren kansen bieden

05.03.2020 koffieoneerlijkehandelspraktijkeneerlijkehandelkinderarbeid

De koffieproductie beleeft zware tijden. Maar dat merk je niet in hippe koffiehuizen. De recente onthullingen over kinderarbeid in Guatemala op koffievelden die leveren aan Starbucks en Nespresso zijn een zoveelste voorbeeld hiervan.

De onvoorspelbare, sterk schommelende prijs voor ongebrande koffiebonen, die nu al meer dan een jaar rampzalig laag staat, is een eerste oorzaak van het onevenwicht in de sector. De consument betaalt steeds meer voor een tas koffie, maar dit vertaalt zich niet in een hogere prijs voor de boeren. Zij moeten het stellen met een mager en zelfs dalend inkomen.

Waar gaat de meerprijs dan heen? Vooral naar mooie winstmarges voor enkele grote koffiebranders en verkopers. We betalen meer, deels voor lekkerdere koffie van hogere kwaliteit maar nog veel meer voor extra verpakking, dure reclame en slimme marketingtechnieken. Die moeten onze totaalbeleving van koffie als genotsmiddel gunstig beïnvloeden en ons voor het ‘juiste’ merk doen kiezen. De koffieboer geniet echter niet mee.

Koffie mag dan heerlijk lekker zijn, de business slaagt er maar niet in de boeren en arbeiders te respecteren voor hun harde werk. Ze verdienen geen stabiel en leefbaar inkomen.

Dubbele opdoffer voor de boer

De boer is – samen met zijn grond – de eerste, onmisbare schakel in de koffieketen. Hij draagt in de huidige koffiehandel erg veel risico’s. Dit komt door de onzekere en lage prijs, maar ook door de effecten van de klimaatverandering. Grilligere weerpatronen zorgen voor meer uitschieters in regenval, droogte en hitte, met kwalijke effecten op de koffieoogst. In Centraal-Amerika kampten boeren met een plaag van ‘koffieroest’, een bladziekte. Voor veel lokale koffieboeren was het de spreekwoordelijke druppel. Grote aantallen boeren trekken zelfs weg van hun land, en gaan elders op zoek naar geluk.

Duurzaamheid = zicht op lange termijn

“Would you care for coffee?” vraagt het boordpersoneel. Natuurlijk! Een bakje troost sla ik nooit af. Bovendien is koffie de reden en doel van de reis die ik nu maak. Ik ben op weg om coöperaties van koffieboeren in Congo te bezoeken. De visite bleek achteraf hoopgevend.

Want een andere aanpak is mogelijk. Dat zag ik met eigen ogen bij de Congolese koffiecoöperatie Muungano (Swahili voor ‘samen’). Toepasselijke naam, Muungano, het is een vereniging van kleinschalige en straffe koffieboeren die nieuwe kansen aangrijpen om uit de koffieteelt een leefbaar inkomen te halen.

De boer is – samen met zijn grond - de eerste, onmisbare schakel in de koffieketen. Hij draagt in de huidige koffiehandel erg veel risico’s.

De trotse leden vertellen hoe ze er op korte termijn in slaagden om hun oude, verpieterde koffieveld om te toveren in een mooi veld met koffie én andere planten zoals fruit, nuttige hagen tegen de erosie en grote bomen. Die zorgen voor schaduw en afkoeling, en voorkomen, samen met een dikke laag stro, het uitdrogen en wegspoelen van de bodem. De cijfers liegen er niet om. In het eerste jaar na de omschakeling naar duurzame teelttechnieken gaat de, weliswaar lage, productiviteit van de koffie er makkelijk met 50% op vooruit! Het andere fruit brengt ook geld in het laatje en zorgt bovendien voor een gezonder dieet.

De omschakeling vergde geen grote investeringen of betrokkenheid van prijzige, externe organisaties of adviseurs. De aangeplante hagen en bomen zijn soorten die eigen zijn aan de streek. Er zijn geen meststoffen nodig. Wat wel? Motivatie bij de boeren om opnieuw tijd en zorg te besteden aan de verwaarloosde koffievelden. Door de lage koffieprijzen was die motivatie zoek. Muungano stuurt eigen medewerkers op pad om de leden in groep te inspireren en te begeleiden. Dat wèrkt. Muungano betaalt ook een betere prijs voor de koffie van haar leden, dan de koffieopkopers actief in de streek.

Die betere prijs heeft een zichtbare impact, en niet enkel op de koffievelden. Zo tref je geen kinderarbeid aan in de velden van Muungano. Onderwijs is een topprioriteit voor elke koffieboer hier, en schoolkosten krijgen voorrang bij de besteding van de inkomsten uit koffie. Op voorwaarde dat die voldoende interessant zijn.

Geld gaat rond en sharing is caring

Waarom bij Muungano wel wat elders niet schijnt te lukken? De kopers van hun koffie geloven in een win-winrelatie op lange termijn, een leefbaar inkomen voor de koffieboeren, en in rechtstreeks contact met de coöperatie. Ze begrijpen ook het commerciële belang van correct betaalde koffie voor henzelf; het is deel van hun ‘business model’. De koffie is fairtrade- en biogecertificeerd. Op hun beurt overtuigen die kopers hun klanten van het belang van een eerlijke prijs, en zo is de cirkel rond.

Het hierboven aangehaalde voorbeeld is geen uitzondering in de nichemarkt van eerlijke en hoge kwaliteitskoffie maar zeker nog niet de gangbare praktijk. Laat staan in de mainstream koffiemarkt. Er is weinig transparantie in de koffieproductieketen, en het is bijgevolg erg moeilijk te achterhalen wie precies hoeveel verdient. Maar we weten wel dat de totale kost van de ongebrande koffie slechts 10% uitmaakt van de hele omzet in de koffiebusiness (180 miljard euro per jaar volgens ICO!).

Dat geeft veel marge om de prijzen die aan koffieboeren worden betaald op te trekken, zonder dat de hele sector wankelt of de consumentenprijzen drastisch moeten stijgen. Zo kunnen alle actoren muungano zorgen voor ‘onze’ koffie, de grond waarop die geteeld wordt én de straffe koffieboeren die ervan leven.

Over de auteur

Stefaan Calmeyn

Stefaan is beleidsmedewerker bij Oxfam-Wereldwinkels. Hij volgt de koffiesector op de voet en staat in nauw contact met de koffiecoöperaties waarmee we samenwerken.

Abonneer je hier
op onze nieuwsbrief