Vrijwilliger zijn, zelfs als het (opnieuw) stormt

“Als we vrouwen zouden betalen voor de zorg die ze gratis verstrekken, zouden ze een industrie vormen die drie keer groter is dan de wereldwijde technologiesector.” Zo luidde een niet mis te verstane boodschap enkele weken geleden op het Wereld Economisch Forum.

Als je deze rekensom doortrekt naar vrijwilligerswerk binnen organisaties, dan stellen we vast dat er in België voor 221,2 miljoen uren vrijwillig gewerkt wordt, door 1,16 miljoen Belgen. Goed voor het equivalent van nagenoeg 130.000 voltijdse betrekkingen.

Vrijwilligers zijn mensen die hun tijd, energie en vaardigheden belangeloos inzetten. Of beter: dit in het belang van hun medemens inzetten. En die inzet kan onze samenleving meer dan ooit gebruiken.

Vlaams minimalisme

Eind 2019 toonde de kersverse Vlaams minister-president zijn ‘daadkracht’ door besparingen in de socioculturele sector aan te kondigen. Dit nieuws raasde als een eerste storm door het Vlaamse land. Een besparing van 6% in een sector die telkens opnieuw een paar procenten moet inleveren en waar het water al aan de lippen staat. Een duidelijk signaal om steeds minder op financiële — of is het politieke — steun te rekenen. De Vlaamse regering raakt hiermee (opnieuw) aan de humus van de maatschappij. Deze besparingen zouden de maatschappij wel eens meer kunnen kosten dan dat ze de Vlaamse schatkist opbrengt.

Tijdens initiatieven als de Warmste Week, laten politici zich dan weer van hun beste kant zien, staan ze te poseren met cheques. Maar als het op structurele steun aankomt, laten ze initiatieven die de samenleving warmer kunnen maken, in de kou staan. Door financieel het mes op de keel te zetten van de socioculturele sector en het verenigingsleven, ziet de burger zichzelf genoodzaakt om het heft in eigen handen te nemen.

De kracht van vrijwilligers

Ondanks de besparingsoperaties, ontstaat een hart(boven hard)verwarmend antwoord van vrijwilligers: solidariteit op verschillende vlakken, over grenzen van organisaties, sectoren en werkvelden heen, in een samenleving die steeds individualistischer en ongelijker wordt. De kaasschaaf krijgt de vrijwillige (burger)initiatieven alvast niet gedecimeerd!

Vrijwilligers bieden een antwoord op huidige maatschappelijke uitdagingen. Zopas nog verscheen in de krant het resultaat van een onderzoek ‘Hoe vrijwilligers vluchtelingen aan werk kunnen helpen’. Van de 2500 jonge vluchtelingen die bij de vrijwilligersorganisatie ‘duo for a job’ terechtkomen, vindt drie op vier samen met een vrijwillige mentor, binnen het jaar een job, stage of opleiding. Een cijfer waar de klassieke recepten voor arbeidsbemiddeling enkel van kunnen dromen.

Vrijwilligers brengen mensen samen, voeden die solidariteit, terwijl de politiek de andere richting uitgaat. Hun engagement wordt steeds meer waard. Een Nederlandse studie probeerde die waarde te becijferen. Als we de cijfers extrapoleren, zou de marktwaarde van alle arbeid van onze vrijwilligers in België een 3,69 miljard euro bedragen. En dan hebben we het nog niet over de bijkomende positieve effecten van economische en maatschappelijke waarde, onder meer, wanneer vluchtelingen mede door toedoen van vrijwilligers, sneller een job vinden.

Vlaamse canon, identiteitscrisis?

Vrijwilligers vind je overal: ze ondersteunen vluchtelingen in de zoektocht naar werk, helpen kinderen met huiswerk, leren de nieuwe buren Nederlands, begeleiden tienduizenden jongeren in de jeugdbeweging, geven les over eerlijke handel en rechtvaardigheid of strijden mee voor een beter klimaat. Vrijwilligers vechten voor een betere wereld en geloven dat het anders kan. Maar, wie vecht er voor onze vrijwilligers?

Waarom besparen op het verenigingsleven, dat wat Vlaanderen zo bijzonder maakt?

Als we de cijfers extrapoleren, zou de marktwaarde van alle arbeid van onze vrijwilligers in België 3,69 miljard euro bedragen.

Op naar een maatschappelijke lente!

De hedendaagse protesten en burgerinitiatieven, en ook de inspirerende oproepen tot meer solidariteit – denk aan Dirk van Duppen en co – klinken steeds luider. De link met mei ’68 is niet ver te zoeken, zeker voor de vrijwilligers van Oxfam-Wereldwinkels, die rond diezelfde tijd voor het eerst postvatten in de wereldwinkels. In de prille jaren zeventig brachten ze pakjes koffie van socialistische makelij en flessen wijn uit Algerije aan de man, terwijl ze betoogden tegen Amerikaanse kernrakketten en voor Vrede-in-Vietnam. Oxfam-Wereldwinkels zette zichzelf op de maatschappelijke kaart met deze strijd tegen de raketten. Enkele jaren later dan, gaven ze acties voor Nelson Mandela een megafoon. Anno 2020 vervullen de vrijwilligers nog steeds hun megafoonfunctie en is het attribuut in kwestie ook onlosmakelijk verbonden met Oxfam.

Want ook vandaag staan we voor heel wat uitdagingen die om (sociale en politieke) actie vragen. In die strijd staan we niet alleen: 11.11.11, Femma, Climaxi, Voedselteam, FMDO, Ferm, Formaat en in totaal 185 organisaties ondertekenden een open brief om de besparingen aan te kaarten. Ook zij antwoorden met solidariteit, ook zij steunen op de kracht van hun vrijwilligers.

Een dankwoord is hier dus op zijn plaats: merci aan alle vrijwilligers, om dit engagement op te nemen, om het goede voorbeeld te geven, zelfs in tijden dat de kaasschaaf aangewend wordt. Jullie inzet is broodnodig, een enorm krachtig signaal en een warme manier om beter voor elkaar te zorgen. Een hart onder de riem voor jullie hart op de juiste plaats!

Over de auteur

Sofie Beunen

Sofie is diensthoofd Beweging bij Oxfam-Wereldwinkels. Samen met een gemotiveerd team van regiocoaches ondersteunt ze de werking van onze meer dan 200 lokale groepen rond educatie, verkoop, actie en pleitbezorging.

Abonneer je hier
op onze nieuwsbrief