Skip to main content

Bio is de toekomst: hier en in het Zuiden

Of: Waarom bio en fair trade perfect matchen.

De laatste jaren is juni steevast biomaand in de Oxfam-Wereldwinkels. Daarmee onderstrepen wij het belang van duurzame productiemethoden voor onszelf en onze partners. Hoewel het voor veel van onze producenten niet evident is om te beantwoorden aan de rigide certificeringseisen gaan zij vaak toch tot het uiterste om hun producten te voorzien van het biolabel. Want de consument is bereid méér te betalen voor biovoeding. En tegelijk is bio het antwoord van deze kleinschalige producenten op het dominante landbouwmodel.

18 mei, 2017

Wie betaalt de rekening?
Onze gangbare landbouw is vaak grootschalig, quasi industrieel, waardoor het absurde hoeveelheden energie en water verslindt. Er wordt doorgaans gretig gebruik gemaakt van chemicaliën die zowel de grond uitputten als de kwaliteit van de gewassen hypothekeren. Om nog maar te zwijgen van de sociale kost voor de volksgezondheid. Die kosten worden niet meegerekend in het productieproces omdat ze worden afgewenteld op de maatschappij en het leefmilieu.

En die externe kosten nemen schrikbarend toe.

  • Zowel energie als water worden steeds schaarser en kostbaarder. Waar ingenieuze irrigatietechnieken enkele decennia geleden nog soelaas brachten, eindigt de beschikbaarheid van water. Steeds vaker wordt een ‘harde grens’ bereikt, waardoor watertekort dreigt.
  • De wisselvalligheid die de klimaatsverandering met zich mee brengt, maakt van grootschalige monocultuur de meest risicovolle piste om op in te zetten voor de mondiale voedselproductie.
  • De effectiviteit van de agrochemicaliën op de moegetergde landbouwgronden neemt zeer sterk af. Om gewoon maar de productie op peil te houden, moet het gebruik van chemicaliën stelselmatig opgedreven worden. Tegelijk hebben het goede bodemleven en de biodiversiteit hun alarmpeil al overschreden.

We moeten deze kosten meerekenen bij de evaluatie van het huidige landbouwmodel wanneer we onze keuzes voor de toekomst maken.

Tijd voor eerlijke landbouw
In de nieuwe ontwikkelingsdoelstellingen van de VN (SDG’s) staat duurzaamheid centraal. In die doelstellingen zouden we landbouw moeten reguleren met het oog op het behoud van een leefbare planeet. Dit kan door alles te belasten wat milieuvriendelijker zou kunnen, of het nu binnen of buiten de EU geproduceerd wordt. Het kan niet zo moeilijk zijn om landbouw die onhoudbaar veel energie, water en pesticiden verslindt minder winstgevend te maken dan landbouw die wel rekening houdt met de draagkracht van onze planeet.

Een wetgevend kader dat een prijs kleeft op de enorme milieu- en sociale schade van grootschalige monocultuur is dan ook al lang geen ‘nice to have’ meer, het is bittere noodzaak. Alleen zo krijgt een duurzaam landbouwmodel een echte kans op de internationale markt. Dat is in het voordeel van duurzame landbouwers bij ons. En het geeft de kleinschalige producenten in het Zuiden het comparatieve voordeel waar zij recht op, en wij baat bij hebben.

Maar beleidsmakers blijven vaak de andere richting uit kijken en schuiven zo de rekening door naar onze nakomelingen. Hoewel het klimaatakkoord in Parijs voorzichtig optimistisch kon stemmen wijzen recentere politieke uitspraken van onder meer de VS weer op een minder hoopgevende toekomst.

Duurzame handel?
De prijs van grootschalige landbouw in rekening brengen is slechts de helft van het verhaal.

Als we via de SDG’s aan onze landbouw- en productieprocessen sleutelen, moeten we er ook voor zorgen dat de vruchten van de internationale handel binnen het bereik komen van de landen die die economische motor het hardst nodig hebben. Want handel blijft de beste garantie op duurzame ontwikkeling. We kunnen dus een historische kans grijpen om twee vliegen in één klap te slaan. Kiezen voor een duurzame landbouw en tegelijk eerlijke handel mogelijk maken. Als we onze landbouw van het absurde subsidie-infuus halen en tegelijk onze markt open stellen voor alles – van waar ook – dat geproduceerd werd met respect voor toekomstige generaties, dan komen we ongetwijfeld een pak dichter bij onze doelstellingen.

We zouden er hier bij ons een pak publieke middelen mee uitsparen en door het vervangen van elke hectare inefficiënte biet door een teelt die hier wél efficiënt gedijt, wordt onze eigen landbouwgrond intelligenter benut. Bovendien zouden de producenten in het ontwikkelende Zuiden de opportuniteiten die de internationale markt hen aanreikt, met beide handen grijpen. En zo tekent zich de keuze voor een mogelijke toekomst af: één waarin we verstandig omspringen met onze natuur en tegelijk een beter leven mogelijk maken voor velen die nu de speelbal zijn van een falende markt. Een goede regulering kan dus arme boeren helpen én de planeet een pak gezonder maken.

Lees meer over de campagne 'Voedsel Anders' over de transitie naar agro-ecologie