Skip to main content

Boeren in het Zuiden weerbaar maken

Stel je even voor: niemand heeft een fiets. Iedereen weet dat een fiets het transport kan zijn naar een beter leven. Wat doe je dan? Samenleggen met zes vrienden en een fiets delen natuurlijk! Niet zo natuurlijk, want we zijn allemaal toch een beetje geprogrammeerd om op korte termijn en in het eigen belang te handelen. Om collectief en op lange termijn te denken moet je de bereidheid en het vertrouwen om samen te werken continu voeden. Dankzij haar internationale ervaring is Oxfam-Wereldwinkels perfect geplaatst om bij de boeren in het Zuiden op zoek te gaan naar manieren om die bereidheid te vergroten en hen te ondersteunen structuren op te zetten om vertrouwen op te bouwen.

Marijke Moyson
7 jan, 2016

De theorie van het dagelijkse leven
Het werk van Oxfam-Wereldwinkels vertrekt vanuit de analyse van het onrecht in de internationale handelsstructuren. Handelen verloopt momenteel niet eerlijk en de boeren in het Zuiden zijn daar de dupe van. We klagen niet enkel deze oneerlijke handelsregels aan, we zoeken ook naar manieren om de boeren in het Zuiden te wapenen tegen dit onrecht.

In de loop van 2013 ontwikkelden we een academisch onderbouwd theoretisch kader over wat kleinschalige producenten kunnen doen om met deze onrechtvaardige context om te gaan, hoe ze als kwetsbare spelers toch een graan van die internationale markt kunnen meepikken.

Analytisch problemen begrijpen, kunnen verklaren en er oplossingen uit distilleren is één ding. Deze inzichten vertalen en toepassen op de dagelijkse realiteit in het Zuiden een ander. Om de theorie te laten doorsijpelen in het dagelijkse leven van de boeren zat er maar één ding op. We moesten het veld in!

Begin 2014 trokken we naar Kivu en gingen we een eerste keer in gesprek met de boeren om de implicaties van ons theoretisch kader uit te leggen en om de producenten in het Zuiden uit te leggen hoe ze kunnen omgaan met de risico’s verbonden aan het internationaal handelen. Om het abstracte kader bevattelijk en uitvoerbaar te maken, moesten we onze inzichten enten op hun realiteit. Geen simpele opgave.

Iedereen een fiets
Na een zeer intens proces kwamen we op de metafoor van de fiets. Iedereen weet wat een fiets is. Elke boer in Kivu weet ook welke voordelen een fiets hem kan opleveren. Maar nagenoeg niemand van hen kan zich er één veroorloven. We rekenden uit dat ze met een groepje van vijf tot zeven boeren perfect een fiets zouden kunnen kopen. Bovendien hebben ze niet elke dag een fiets nodig, wat het een perfect voorwerp maakt om te delen. Iedereen vindt dit een zeer ingenieus idee. Maar de vraag waarom ze het niet doen, wordt enkel met gegniffel beantwoord.

Wanneer we vragen waarom ze zo terughoudend zijn heeft de hele zaal zijn antwoorden klaar. Zal iedereen de fiets wel even goed onderhouden? En wat als het mijn beurt is en één van de anderen is met de fiets weg? En wie beslist wie hoeveel bijdraagt en wie wanneer met de fiets mag rijden? Kortom, de boeren vertrouwen elkaar niet om even goed voor de fiets te zorgen of om iemand aan te duiden die de afspraken en het budget beheert.

Heel herkenbaar want wie van ons deelt er een grasmaaier of nokladder met zijn vrienden of buren, hoewel we die ook niet elke dag nodig hebben?

Een koude douche. Als de boeren al onvoldoende vertrouwen hebben om samen met vijf andere boeren – die ze zelf kiezen, en dus goed kennen – te investeren, welke slaagkansen heeft een coöperatie van 6000 boeren dan? Want, met zoveel boeren die ze zelfs nooit in hun leven zullen ontmoeten, en met een Raad van Bestuur die ze waarschijnlijk niet persoonlijk kennen, kan een coöperatie pas schitteren wanneer er ontzettend veel vertrouwen is dat er goed omgegaan wordt met het collectief goed.

Koude douche of niet, in het licht van onze analyse van de mondiale handelsverhoudingen is het duidelijk dat de ongelijke machtsverhoudingen, ingebed in het huidige internationaal handelen, een zware hypotheek leggen op de kansen van de individuele boeren in het Zuiden. Oxfam-Wereldwinkels kiest dan ook resoluut voor het versterken van de coöperatieve mechanismen. Want, wanneer boeren zich verenigen en gezamenlijk investeren, versterken ze hun positie als verkopers van hun grondstof en vergroten ze hun kansen op eerbare contracten.

Van Kivu naar Nepal
Het verhaal van ‘le blanc du vélo’ gaat al snel rond in Kivu en komt uiteindelijk ook bij de directeur van UNDP (Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties) terecht. Zij nodigen Oxfam-Wereldwinkels uit om meer te komen vertellen over de vormingen in het Zuiden. Want die blijken echt ingang te vinden bij de boeren. Met positief resultaat, want UNDP wil ons werk in het Zuiden op korte termijn ook in hun programma’s implementeren.

En dat is een goeie zaak, want we hebben een instelling met de capaciteit van UNDP nodig, willen we een versnelling hoger kunnen schakelen. Onze vormingen grijpen immers diep in op de dagelijkse realiteit van de boeren en zijn dan ook niet zo maar te dupliceren. Ze zijn afhankelijk van de verbouwde grondstof en de manier van produceren. En bovendien kunnen ze niet zomaar achter een laptop in een presentatie gegoten worden, het vergt een intensief en participatief proces om de kop van de nagel te raken. Bij elke producentengroep moet er telkens opnieuw gezocht worden naar de meest toepasselijke ingang voor de academisch onderbouwde analyse, zodat ook de – vaak ongeschoolde – boeren de draagwijdte en het belang ervan inzien. Zo kan samen met de boeren gezocht worden naar de beste structuren en mechanismen die de bereidheid om collectief te denken kunnen voeden. En rendeert het collectief voor het individu.