Skip to main content

Chocolade kan nog veel eerlijker

Cacao is fel in trek. Boeren in Afrika en Latijn-Amerika werken zich uit de naad om aan onze chocoladeverslaving te voldoen. Toch lijken zij niet te profiteren van dit gat in de markt. Er schort dus iets aan de handel in cacao. We zetten enkele pijnpunten op een rijtje, zodat je weet waarom het belangrijk is om Oxfam te blijven steunen in haar eis voor eerlijke handelsregels.

8 feb, 2017
cacaoboeren blijven arm

Vaststelling: Cacaoboeren blijven arm

De cacaoboer heeft op zich een mooie uitgangspositie: cacao kan enkel geteeld worden rond de evenaar. Tegelijk swingt de internationale vraag naar chocolade de pan uit, mee gestimuleerd door de vraag in nieuwe markten zoals China, India of Brazilië. Je zou verwachten dat een cacaoboer in een sterke onderhandelingspositie zit: hij teelt een schaars goed waar in het rijkere Noorden een overweldigende vraag naar is. Toch komt een Ivoriaanse cacaoboer niet rond van de cacaoteelt en blijft zijn gezin in structurele armoede steken. Dit heeft enkele onrechtvaardige oorzaken en onaanvaardbare gevolgen.

Grote bedrijven bepalen wie wat verdient

De internationale cacaomarkt is verziekt. Slechts enkele industriële cacaoverwerkers hebben een groot stuk van de markt in handen. Barry Callebaut en Cargill zijn 2 verwerkers die meer dan 70% van de keten in handen hebben. De internationale chocoladeketen heeft de vorm van een zandloper. Miljoenen cacaoboeren zitten aan de ene kant van de zandloper, slechts een handvol verwerkers en chocolademultinationals zitten in het midden, en miljarden consumenten zitten aan de andere kant van de zandloper.

Grote bedrijven leggen hun voorwaarden op aan vaak zwak georganiseerde cacaoboeren.

De internationale handel in cacao is niet goed gereguleerd. Dat stelt enkele multinationals in staat om alle cacaohandel te domineren. Zij leggen hun voorwaarden op aan de doorgaans zwak georganiseerde cacaoboeren. Dit geeft multinationals de speelruimte om lage prijzen te onderhandelen voor de cacaobonen, deze goedkoop in te voeren naar Europa, en de winstmarge op de verwerking van de cacaobonen tot chocolade te maximaliseren in hun voordeel. De cacaoboeren aan het begin van de zandloper hebben geen onderhandelingsmacht en dus vaak geen andere keuze dan onbewerkte cacaobonen te verkopen aan een beperkt aantal opkopers tegen een veel te lage prijs, waardoor de meerwaarde van cacaoverwerking steeds in handen blijft van de machtige Westerse chocoladebedrijven. Oneerlijk, toch?

Lage verdienste houdt kinderarbeid in stand

Kinderarbeid is ook vandaag nog steeds een pijnlijke realiteit in West-Afrika. Het blijft een akelig gevolg van een geconcentreerde cacaomarkt die geen correcte prijs geeft voor de geproduceerde cacaobonen. De boeren zijn als het ware gedwongen op zoek te gaan naar ‘goedkope werkkrachten’.

In Ghana en Ivoorkust gaat het om kinderen die school zouden moeten lopen, maar die door de armoede hun ouders bijstaan door zwaar werk te leveren op de cacaovelden. Ze moeten vaak zware zakken cacao dragen, werken met kapmessen, ze worden onbeschermd blootgesteld aan chemische sproeistoffen en bestrijdingsmiddelen. In nog ergere gevallen worden kinderen illegaal uit de buurlanden gedwongen ingezet voor het zware en gevaarlijke werk op de cacaovelden. In dat geval spreken we over kindslavernij, waar we al sinds 2010 actie tegen voeren.. 

Cacaobomen worden almaar zieker

Een groot deel van de cacaobomen in West-Afrika zijn verouderd (30 à 40 jaar oud) en geven daardoor minder opbrengst dan de jongere cacaobomen in Zuid-Amerika. Door de structurele armoede in Ghana en Ivoorkust hebben de boeren te weinig geld om jonge cacaobomen aan te planten. Bovendien zijn veel cacaobomen ziek, aangetast door schimmels en plagen. De cacaoboeren verdienen te weinig om hieraan te kunnen verhelpen.

De gemiddelde opbrengst van cacao in Ivoorkust is 600 à 1000 kg per hectare. Maar producenten met oude of zieke cacaobomen zitten vaak onder dit gemiddelde. De cacaoprijs die de boer krijgt van opkopers ligt te laag en is dus onvoldoende om in de verjonging van de cacaobomen te investeren. De industriële chocoladebedrijven hebben decennia lang nagelaten om de cacaoboeren te ondersteunen en zijn pas recent gestart met het financieren van kwekerijen met meer ziektebestendige cacaoplanten.

Overheden zijn machteloos (of willen niet ingrijpen)

De regeringen en overheden in de cacaoproducerende landen zouden veel strenger kunnen optreden om hun eigen regelgeving en internationale verdragen na te leven. Er wordt door overheden onvoldoende geïnvesteerd in kwaliteitsvol onderwijs, schoolgebouwen, asfaltwegen, gezondheidszorg, drinkbaar water, infrastructuurwerken. Veelal ontbreekt het hen ook aan financiële middelen of is er sprake van corruptie. Grote bedrijven slagen er immers in om door allerlei constructies, geen belastingen te betalen in de landen waar ze de cacaobonen opkopen.

Ook onze eigen Belgische overheid zou een veel prominentere rol kunnen spelen in het opstellen en naleven van billijke regels in de internationale cacaohandel. Als chocoladeland bij uitstek zou België een grotere transparantie kunnen eisen met betrekking tot de arbeidsomstandigheden in de cacaoproducerende landen en in de keten.

Wat broodnodig is, zijn moedige mededingingswetten die voldoende competitie garanderen. Een eerlijk handelsbeleid dat -met de juiste regulering- zorgt voor meer concurrentie, zodat afspraken tussen de grote kopstukken onhoudbaar worden. En dan hebben we er alle vertrouwen in dat, eens die Ivoriaanse cacaoboer zelf over een billijke prijs voor zijn cacao kan onderhandelen, de cacaostiel opnieuw financieel aantrekkelijk wordt.

Kosten voor het milieu worden genegeerd
Er wordt in de keten weinig tot geen rekening gehouden met externe kosten; sociale en milieukosten verschijnen veelal niet op de factuur. Sinds de volledige vrijmaking van de markt en het sterke afbouwen van de taak van de overheid in bv. Ivoorkust, is aan boeren een prijs gegeven voor de cacao, zonder rekening te houden met de kost aan onderhoud van de planten, van het veld of van het behoud van levenskwaliteit voor de boeren. Het gevolg vandaag is erg zichtbaar: de rekening is doorgeschoven naar de boeren van vandaag en naar de toekomstige generatie.