Skip to main content

Don't be trumped.

De passage van de Amerikaanse president Donald Trump leidde tot een golf van protest in de Europese hoofdstad. Onder meer van mensen die voorop lopen in de strijd tegen handelsakkoorden als TTIP en CETA. Vreemd, zeggen de aanhangers van dergelijke verdragen. Want is Trump net geen medestander in het verzet tegen TTIP? Een begripsverwarring die vraagt om de grootste bezwaren tegen de nieuwe handelsverdragen nogmaals op te lijsten en ze te toetsen aan de waarachtigheid van Trumps oppositie.

Hielke van Doorslaer
29 mei, 2017

War is peace, freedom is slavery, ignorance is strength.” George Orwell wees er al op: om hun ware intenties te maskeren, zeggen machthebbers vaak het ene terwijl ze het andere bedoelen. Deze zogenaamde ‘dubbelspraak’, of in Orwells termen ‘newspeak’, raakte met de opgang van Donald Trump meer dan ooit ingeburgerd.

De Amerikaanse president vervelde tijdens zijn verkiezingscampagne van een grote minnaar van ongelimiteerde vrijhandel tot de recentste goeroe van een hernieuwd protectionisme. Een hotel- en casinomagnaat die plots wilde opkomen voor de belangen van de kleine man en zich daarom uitsprak tegen vrijhandelsverdragen als TTIP, was op z’n minst opmerkelijk …

Trumps handelsdiscours verplicht ons inderdaad om te pas en te onpas gebruikte termen als ‘vrijhandel’ en ‘protectionisme’ in hun juiste context te plaatsen. Zijn de pleidooien voor vrijhandel door de ene en oproepen tot protectionisme van de andere echt zo tegengesteld als ze lijken? De essentiële vragen die we ons hierbij moeten blijven stellen zijn: wat wordt er ‘vrij’ gemaakt en voor wie? Wie/wat wordt daarentegen beter beschermd? Maar vooral: wie/wat niet?

Wie wordt beschermd?

Onder de titel ‘vrijhandel’ gaat in de praktijk vaak een vreemde mix schuil van zaken die ‘vrijgemaakt’ worden (zoals het verlagen van tarieven, waardoor men vlotter markttoegang krijgt) en zaken of belangen die net beter beschermd worden. Zo bevat de nieuwe generatie handelsakkoorden, zoals TTIP en CETA, steevast een belangrijk luik over de betere bescherming van buitenlandse investeerders en intellectuele eigendomsrechten. Het ISDS- (Investor-State-Dispute-Settlement-System) of afgezwakte ICS-voorstel (Investment Court System) houdt in dat een parallelle rechtsgang opgezet wordt voor buitenlandse investeerders die hun investeringen en winsten onder het handelsakkoord bedreigd zien door het optreden van een overheid. Als een overheid regelgeving uitvaardigt die potentieel nadelig is voor buitenlandse bedrijven of investeerders, kan zij hiervoor dus afgestraft worden. De verwachting is dan ook dat deze maatregel zal afschrikken om al te strenge normen of regels op te leggen aan buitenlandse bedrijven.

Onder het mom van het ‘vrijmaken’ van handel wordt een aantal belangen van kapitaalkrachtige groepen dus net beter beschermd, terwijl sociale en milieunormen, afgezwakt worden. Dit maakt duidelijk dat vrijhandelsakkoorden altijd een ongemakkelijke combinatie vormen van misschien goedbedoelde handelsbevorderende maatregelen en maatregelen die niet meteen het algemene belang voor ogen houden.

Het is hier dat Trump al een eerste keer ontmaskerd wordt. Immers, wanneer hij zijn verzet tegen TTIP combineert met een pleidooi voor minimale overheidsregels en het brutaal loslaten van milieu- en gezondheidsstandaarden kan je jezelf gerust afvragen of hij toch niet vooral zijn corporate friends wil beschermen, terwijl hijzelf beweert dat hij het opneemt voor ‘Joe the plumber’.

Grootmachten kruipen bij elkaar op schoot

Dat handel een krachtig instrument is om welvaart te genereren voor burgers en ondernemers - nog steeds het voornaamste argument van TTIP- en CETA-aanhangers - betwist niemand. Maar waarom blijft het Westen dan de vruchten van handel ontzeggen aan een groot deel van de wereld? Sinds de Doha-onderhandelingsronde mislukte, merken we dat machtige staten steeds vaker kiezen voor bilaterale of plurilaterale handelsakkoorden. Dat vastlopen was grotendeels toe te schrijven aan een toenemende assertiviteit van ontwikkelende naties binnen de WTO. Zij willen voortaan ook hun belangen beter weerspiegeld zien in de nieuwe handelsakkoorden. Op die manier moest de ‘Doha Ontwikkelingsronde’ veel van de onevenwichten van de voorgaande ‘Uruguayronde’ bijsturen.

Maar sindsdien zien we dat de rijke naties steeds vaker de WTO omzeilen om hun eigen belangen te handhaven. Door onderling afspraken te maken, hopen ontwikkelde landen hun regels en standaarden opnieuw tot globale norm te verheffen. Want ook landen die niet betrokken zijn bij de onderhandelingen zullen aan de nieuwe afspraken moeten voldoen als ze actief willen blijven op de markten van de onderhandelende naties. Dit lijkt met andere woorden een manier om het door de geïndustrialiseerde landen gedomineerde multilateralisme ‘via de achterdeur’ opnieuw te introduceren. En dus zonder inspraak van diegenen die niet uitgenodigd zijn aan de onderhandelingstafel. Ondanks de term ‘vrijhandelsverdragen’ is de handel die deze nastreven verre van vrij voor iedereen. De nieuwe handelsakkoorden zijn veelal exclusief en uitsluitend. En zorgen er bovendien nogmaals voor dat de voordelen van handel grotendeels voorbehouden blijven voor de sterksten van het peloton.

Hier valt Trump een tweede keer door de mand als zogezegde medestander van de TTIP-opposanten. Trumps ‘America first’-doctrine sluit namelijk perfect aan bij de belangen van corporate Amerika die hun oneerlijke machtspositie willen bestendigen ten koste van nieuwe spelers in de wereldeconomie. Hij wijst de nieuwe handelsakkoorden dan wel af, maar omarmt de status quo die ontwikkelingslanden evenzeer in een benadeelde positie houdt.

Handel – sensu strictu

De nieuwe handelsakkoorden blijven ook een erg enge of conservatieve definitie van handel hanteren, een die niet meer past in ons huidige tijdperk. Men mag ze dan al in de markt proberen te zetten als progressiever of eerlijker, in de teksten blijft het grotendeels stil over dé grote uitdagingen van de toekomst: de strijd tegen klimaatverandering en ongelijkheid.

Dit duidt op een schrijnend gebrek aan coherentie in het beleid. Enerzijds werd eind 2015 het verdrag van Parijs goedgekeurd met als doelstelling om de globale temperatuurstijging te beperken tot 1,5°C ten opzichte van het pre-industriële tijdperk. Maar anderzijds reppen moderne handelsverdragen met geen woord over mogelijke reductiedoelstellingen. Laat staan dat ze een aanzet geven tot het internaliseren van milieukosten. Het feit dat Trump het recentste klimaatakkoord het liefst naar de prullenmand verwijst, maakt nogmaals duidelijk tot welk kamp hij zich in het handelsdebat het dichtst verhoudt.

Ook de strijd tegen de groeiende ongelijkheid is een grote afwezige in de verdragen. Hoewel productstandaarden op elkaar afgestemd worden, komen voorstellen over fiscale harmonisatie nergens in het plaatje voor. Op die manier kunnen grote bedrijven landen tegen elkaar blijven uitspelen in de race naar de bodem die belastingcompetitie heet. En ja, ook Trump stapt hier gretig in mee, met zijn intenties om de vennootschapsbelasting in de VS te doen dalen van 35% naar 15%. Toch niet meteen iets wat je van een nieuwe working class hero zou verwachten ...

Geen afwijzing van handel, wel van de huidige handelsakkoorden

Het staat buiten kijf dat handel een essentieel middel blijft om welvaart en vooruitgang te genereren, maar in hun huidige vorm moeten de nieuwe handelsakkoorden duidelijk afgewezen worden. Dus niet omdat Donald Trump het zegt, maar wel omdat ze nog te vaak specifieke belangen dienen en onvoldoende antwoorden bieden op de fundamentele uitdagingen van de toekomst.

Wie tegenstanders van TTIP en Donald Trump gemakshalve in dezelfde zak wil steken, zal dus met geloofwaardiger argumenten moeten komen. Laten we de protestacties naar aanleiding van Trumps bezoek dan ook aangrijpen om nogmaals te pleiten voor meer evenwichtige en eerlijkere handelsakkoorden. Misschien zullen zowel de fervente aanhangers van ongelimiteerde vrijhandel als opportunistische protectionisten op die manier geen newspeak meer nodig hebben om hun waren verkocht te krijgen aan het grote publiek.