Skip to main content

Een markt die werkt

Machtconcentratie is noodlottig voor de producent, en minstens duur voor de consument.

 

25 apr, 2016

Een goederenketen, ook die van voedsel, bestaat uit verschillende schakels. Daar is niets mis mee. Helemaal vooraan bevinden zich de boeren en de telers. Markttoegang is cruciaal voor hen. Met het aantal ondernemingen dat hen die toegang wil bieden, stijgt dan ook hun macht om een goeie prijs te bedingen.

Tussen de miljoenen boeren in het Zuiden en de miljarden consumenten, staan echter steeds minder bedrijven. Zij beslissen waar goederen geproduceerd worden, en welke prijzen er betaald worden. Zij controleren wie wat produceert en wie wat te eten krijgt.

Door hun dominante machtspositie beïnvloeden de steeds groter wordende spelers de prijszetting. De boeren hebben geen andere keuze dan aan hen te verkopen, en dus doen ze dat, noodgedwongen, tegen steeds lagere prijzen. En tegelijk betaalt de consument méér voor het eindproduct omdat de prijs een monopoliemarge bevat (de meerprijs die iemand met marktmacht zich toe-eigent).

Bovendien zijn sommige bedrijven inmiddels zo groot, dat ze zich kunnen verheffen boven de wetgevende machten. Vele zijn rijker en machtiger dan de ontwikkelende landen waaruit ze hun grondstoffen halen. En door hun politieke macht zetten ze de internationale handelsregels naar hun hand. Zo worden ze nog groter, machtiger en rijker.

Door niet in te grijpen, gedoogt de internationale gemeenschap fenomenen als sweatshops, kindslavernij en alle andere vormen van mensonterende leef- en arbeidsomstandigheden in het ontwikkelende Zuiden. Bovendien aanvaardt ze dat een handvol giganten en hun aandeelhouders de internationale handelsregels volledig naar hun voordeel kneden.