Skip to main content

Eerlijke chocolade is een mensenrecht

In de West-Afrikaanse cacaoteelt verrichten meer dan 2 miljoen kinderen zwaar of gevaarlijk werk, verdienen boeren amper 67 cent per dag en verdwijnen grote stukken regenwoud aan een pijlsnel tempo.

Cacao mag dan al de grondstof zijn van een lekkernij die ons land internationale faam bezorgt, de problemen die de sector kenmerken zijn een reden om heel wat minder fier te zijn.

Thomas Mels, Hoofd Politiek en Zuid Oxfam-Wereldwinkels, kroop in zijn pen over eerlijke chocolade.

Teken de petitie

Thomas Mels, Hoofd Politiek en Zuid Oxfam-Wereldwinkels
10 okt, 2018

Jaar na jaar verschijnen rapporten die de extreme armoede en het enorme probleem van kinderarbeid in de cacaoteelt aan de kaak stellen. Ook de chocoladebedrijven ontkennen het licht van de zon al lang niet meer. Al sinds 2001 worden er dure eden gezworen dat het niet op die manier verder kan. Met het Harkin-Engel-protocol en het International Cocoa Initiative dat daaruit voortvloeide, beloofden de grootste spelers in de cacaobusiness dat ze de ergste vormen van kinderarbeid de wereld zouden uithelpen. Bijna twintig jaar later stellen we vast dat het probleem recent nog is toegenomen. Door een dramatische daling van de cacaoprijs streek de chocolade-industrie vorig jaar 4,7 miljard dollar extra op, terwijl de West-Afrikaanse cacaoboeren nog dieper in de armoede geduwd werden, en het aantal gevallen van kinderarbeid opnieuw steeg.

Beleidsmakers blijven stil

Op een moment waarop iedereen de mond vol heeft van de duurzame ontwikkelingsdoelen en België zich internationaal profileert als verdediger van de mensenrechten, zou het moeten verbazen dat onze beleidsmakers hierover zo stil blijven.

Ons land heeft nochtans recht van spreken én een verantwoordelijkheid. Het merk ‘Belgische chocolade’ blijft jaar na jaar groeien. In 2017 werd in België ongeveer 650.000 ton chocolade geproduceerd, goed voor een omzet van meer dan 4 miljard euro. We zijn de 2de grootste chocolade-exporteur ter wereld en 1 op 10 van alle wereldwijd geoogste cacaobonen passeert onze landsgrenzen. Onze reputatie als chocoladeland is dus niet uit de lucht gegrepen. Maar terwijl we graag uitpakken met het smaakvol eindproduct, besteden we heel wat minder aandacht aan hoe het er aan het begin van de chocoladeketen aan toe gaat.

Het valt dan ook toe te juichen dat Minister van Ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo eerder dit jaar een initiatief aankondigde om de duurzaamheid in de Belgische cacaosector te verhogen. Voorlopig is er nog weinig duidelijkheid over de aanpak en de ambitie van het programma, maar als laatkomer in het debat kan ons land best meteen lessen trekken uit de ervaringen en (het gebrek aan) resultaten van eerdere initiatieven. Eén van de belangrijkste lessen luidt dat een louter vrijwillige aanpak niet werkt. Ondertussen is bijna de helft van alle cacao gecertificeerd met een label en pronkt ongeveer elk cacaobedrijf met een eigen duurzaamheidsprogramma. Toch leeft de gemiddelde boer in extreme armoede.

De prijs betalen

In april van dit jaar riep de hele cacaosector tijdens de World Cocoa Conference in Berlijn nog op tot ingrijpende veranderingen. Vandaag ligt de focus te eenduidig op het verhogen van productiviteit, zonder garanties op een beter inkomen. En zolang de grote bedrijven er niet in slagen het inkomen van de boer op een niveau te krijgen dat hem of haar toelaat waardig te leven - en dus een hogere prijs voor de cacao te betalen - zal de sector niet duurzaam zijn. Want je mag als boer dan al met de steun van een chocoladebedrijf inzetten op betere teelttechnieken, wanneer de prijs voor je product vervolgens bijna halveert, is er opnieuw geen geld om de kinderen te voeden en naar school te sturen.

Meteen komen we bij de rol die de overheid kan en zou moeten opnemen als regulator van een duurzame en eerlijke markt. Duurzaamheid gaat namelijk hand in hand met respect voor de fundamentele mensenrechten; het recht op een menswaardig bestaan en een leefbaar inkomen, het recht van kinderen op onderwijs, en de bescherming van het milieu…

Vrije wil is niet genoeg

Het respect voor die mensenrechten overlaten aan de vrije wil van bedrijven is geen optie meer. Onze politici stoppen dus best met rond de pot te draaien. Het is hoog tijd dat het debat rond de zorgplicht die bedrijven hebben om de mensenrechten en het milieu in hun toeleveringsketens te respecteren ook in België hoger op de politieke agenda komt. Niet alleen in de strijd voor duurzame cacao, maar voor meer duurzaamheid in alle sectoren. In de meeste van onze buurlanden leidde dat debat al tot concrete beleidsinitiatieven. Frankrijk heeft al sinds maart vorig jaar een dergelijke zorgplichtwetgeving en ook in Nederland, Duitsland en Zwitserland zitten er wetgevende initiatieven in de pijplijn of wordt het (parlementair) debat gevoerd. Recent organiseerde ook het Europees parlement een hoorzitting over een mogelijke wet om kinderarbeid en ontbossing in de cacaosector tegen te gaan.

In ons land blijft het ondertussen bijzonder stil. Onderzoekers van HIVA - KU Leuven oordeelden eerder dit jaar dat onze regering met de voeten sleept als het gaat over acties om bedrijven aan te zetten om zogenaamde human rights due dilligence toe te passen in hun bedrijfsvoering. Het Belgische actieplan om de VN-richtlijnen hieromtrent in daden om te zetten, werd als zwak beoordeeld en getuigt van weinig lange termijn visie. Op enkele weken van de vierde onderhandelingsronde van een bindend VN-verdrag over bedrijven en mensenrechten neemt ons land nog steeds een erg afwachtende houding aan.

Zakken van 50 kilo

Voor de zomer kreeg België een tijdelijk zitje in de VN-veiligheidsraad toegewezen. In de lange lobbycampagne daarnaartoe zwaaide onze regering met het Belgische track record als verdediger van de mensenrechten. Buitenlandminister Didier Reynders noemde het respect en de promotie van mensenrechten één van de belangrijkste prioriteiten voor België. Ook Minister De Croo benadrukte dat een mensenrechten-benadering “​​centraal” in zijn beleid staat. De urgentie op het terrein in onder meer de cacaosector toont dat die mensenrechtenbenadering ook vooraan in ons handels- en economisch beleid moet komen te staan. En dat impliceert een moedige en ambitieuze strategie om bedrijven te verplichten om de mensenrechten te respecteren in al hun activiteiten.

Zodat we binnen 20 jaar kunnen vaststellen dat het nageslacht van de huidige Ivoriaanse en Ghanese kinderen, niet op hun beurt met machetes en zakken van 50kg aan de slag moet. Maar dat ze op de schoolbanken zitten, terwijl hun ouders eindelijk een leefbaar inkomen verdienen.

Ook verschenen in De Standaard.