Skip to main content

Eerlijke handel en de stijgende grondstofprijzen

De voorbije jaren zijn de hoge grondstofprijzen niet uit de actualiteit weg te branden. Onder 'grondstoffen' moet je niet enkel olie, of aardgas verstaan, maar ook landbouwgrondstoffen zoals enkele kernproducten van eerlijke handel: koffie, cacao, suiker, wijn, rijst of sapconcentraat...

5 sep, 2014

Stijgende en sterk volatiele prijzen van landbouwgrondstoffen
Een aantal evoluties zorgt ervoor dat we voor de tweede maal in drie jaar tijd geconfronteerd worden met sterke prijsstijgingen voor basisvoedsel.  Men verwacht  dat de voedselprijzen tegen 2050 verder zullen oplopen met 40%. Het zijn vooral de arme voedselimporterende landen die de klappen voelen van de voedselcrisis. Voeding neemt een zeer grote hap uit het gezinsbudget van de armsten en kan tot 70 à 80 % van hun inkomen inpikken.

"De fairtradepremie zorgt bovendien nog voor een sociale versterking van de lokale gemeenschap."

Door de sterke concentratie in de sector van de voedselvoorziening komen de prijsstijgingen ook niet automatisch terecht bij de kleinschalige landbouwproducenten. Het model van fair trade ondersteunt coöperaties waardoor de onderhandelingspositie van de kleinschalige producenten versterkt wordt. Door de opbouw van een handelsrelatie op lange termijn kunnen zij hun investeringen plannen. De boeren krijgen voor de verkoop van hun fairtradeproducten een stabiel inkomen, met een gegarandeerde minimumprijs. De fairtradepremie zorgt bovendien nog voor een sociale versterking van de lokale gemeenschap. Doordat de fairtradecriteria zowel economisch, sociaal als ecologisch zijn onderbouwd, wordt de landbouwproductie ook in een duurzame richting ondersteund. In een context van hoge prijsvolatiliteit kunnen schokken worden opgevangen. Voor boeren betekent het dat zij kunnen blijven investeren in duurzame productiesystemen, infrastructuur, technologie en de leefbaarheid van hun organisatie.

In 2008 kregen we met de voedselcrisis een duidelijke waarschuwing dat het structureel fout loopt met onze voedselvoorziening. De prijzen van landbouwgrondstoffen verdubbelden in een periode van 30 maand. Tussen januari 2005 en juni 2008 verdrievoudigden de maïsprijzen, de graanprijzen stegen met 127 %, rijstprijzen met 170 % (UNCTAD, 2009). Er waren protesten te horen in 61 landen, er ontstonden voedselrellen in 23 landen.

Overheden deden echter geen inspanningen om de markten te reguleren. Integendeel, ze zetten hun beleid van deregulering van de markten en subsidiëring van de biobrandstofindustrie verder. Ondertussen liepen de winsten van de agro-industrie en de speculanten sterk op en zagen we een nieuwe golf van “landroof”. Daarbij stellen grote buitenlandse investeerders hun voedsel- en biomassaproductie veilig door massaal landbouwgrond op te kopen of langdurig te leasen in ontwikkelingslanden.

Een nieuwe voedselcrisis?
Sinds januari 2011 dreigt een nieuwe crisis. De prijzen op de wereldmarkt voor basisvoedsel bevonden zich in januari op het hoogste niveau sinds 1990, het jaar dat de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) startte met haar voedselprijsbarometer. De Wereldbank schatte in februari 2011 dat 44 miljoen mensen door de laatste prijsstijgingen in extreme armoede terechtgekomen zijn.

 
Evolutie voedselprijzen 1990-2011.
Bron: Oxfam-Wereldwinkels op basis van FAO barometer

De Verenigde Naties waarschuwen dat de situatie nog lang kan aanhouden. De FAO stelt  dat de sterke prijswisselingen voor basisvoeding enorme gevolgen heeft voor de  ontwikkelingslanden en oordeelt dat het oneerlijke handelsbeleid en de landroof voor grootschalige exportproductie schade toebrengen aan de landbouw in het Zuiden. Ook wijst de FAO op een oorzakelijk verband tussen de financiële speculatie op derivaten van landbouwgrondstoffen en de toenemende prijsvolatiliteit. Beleggers zijn niet geïnteresseerd in de landbouwgrondstoffen, en hoegenaamd niet in voedselzekerheid of inkomens van boeren, maar in kortetermijnwinst door pure speculatie.

Oorzaken
Als we de Westerse consumptie niet dringend ombuigen in duurzame richting zal er tegen 2050 70% meer voedsel geproduceerd moeten worden, wat de prijzen sterk omhoog duwt. Volgende factoren spelen hierin mee:

  • Strijd om land en water. Steeds meer landbouwgrond wordt gebruikt voor productie van niet-voeding: projecten voor koolstofopslag, biobrandstofproductie, houtproductie en teelten als katoen. De prijs van land en water zal stijgen en zal meer en meer de oorzaak worden van conflicten
  • Daling van gewasopbrengsten door klimaatverandering. Schattingen wijzen op een vermindering van 10%  gewasopbrengst per 1°C stijging. Landen in Sub-Sahara-Afrika kunnen tegen 2080 dalingen van 20 tot 30% ondervinden, en dit kan oplopen tot 50% in Soedan en Senegal.
  • De toename in gewasopbrengsten neemt jaarlijks af. Tussen 1970 en 1990 was er nog een globale groei in gewasopbrengst van 2% per jaar. Tussen 1990 en 2007 viel die terug op 1%  per jaar. Deze groei zal verder afnemen terwijl de vraag naar voedsel met 1,3%  per jaar zal toenemen. In heel wat regio’s heeft de Groene Revolutie zijn limieten bereikt, de bodem raakt uitgeput.
  • Economische ontwikkeling met veranderende eetpatronen. Het aandeel van de ontwikkelingslanden in de globale economie neemt toe van één vijfde tot de helft. Meer en meer schakelen zij over op een Westers eetpatroon. Bevolkingsgroei van 6,9 miljard vandaag tot 9,1 miljard in 2050

De stijging van de grondstofprijzen wordt door Oxfam-Wereldwinkels natuurlijk op de voet gevolgd, en heeft heel wat consequenties voor onze werking rond eerlijke handel.

Wilt u meer weten? Neem dan contact op met onze politiek [at] oww [dot] be (politieke dienst).