Skip to main content

Handelsbarrières verhinderen ontwikkeling

Handel is een motor van duurzame economische ontwikkeling. Maar de huidige spelregels van de internationale handel remmen mee de ontwikkeling van bepaalde regio’s in het Zuiden af. Rijke landen beschermen hun eigen belangen en maken het voor Zuiderse producenten erg moeilijk om toegang te krijgen tot de internationale markt. Oxfam-Wereldwinkels pleit voor het wegnemen van deze onnodige belemmeringen.

Cacao, koffie, suiker, katoen: het zijn grondstoffen waar in het Noorden grote vraag naar is, en die bij uitstek in een tropisch klimaat geteeld worden. Je zou dus verwachten dat de producenten van deze grondstoffen munt kunnen slaan uit hun bevoorrechte geografische ligging. En dat handel met het rijkere Noorden winstgevend is voor hen.

De markt faalt
Vreemd genoeg is het tegendeel waar. Kleinschalige producenten in ontwikkelende regio’s, en in het bijzonder producenten van landbouwgrondstoffen in het Zuiden, zijn bij de meest benadeelde spelers van het internationale handelsspel. Niet alleen is hun lot onrechtvaardig, het lijkt ook onlogisch. Maar het is helaas wel verklaarbaar.

Eén van de structurele oorzaken voor dit onrecht is de machtsconcentratie in de handelsketens, die zowel kleinschalige producenten in het Zuiden als consumenten in het Noorden benadeelt. Die neiging tot concentratie is een klassieke tekortkoming van bepaalde markten. En de internationale gemeenschap laat dit zomaar gebeuren. Regulering is nochtans noodzakelijk om de markt haar belangrijkste taak naar behoren te laten vervullen: het dienen van het algemeen belang.

Regime op maat van de sterksten
Een tweede structurele oorzaak voor het onrecht in de wereldhandel zijn de handelsbelemmeringen die beleidsmakers zelf in het leven roepen. Dat doen ze door wetgeving die zogenaamd de belangen van de eigen regio of producenten vrijwaart van ‘oneerlijke’ concurrentie, vooral in de Verenigde Staten en de Europese Unie. Ontwikkelende landen worden daardoor geconfronteerd met een internationaal handelsregime dat hun kansen op ontwikkeling sterk beperkt.

Rijke landen leggen dure, contraproductieve en schadelijke maatregelen op aan de markt van de internationale handel. Oxfam-Wereldwinkels vindt dat dit niet kan. Zo klagen we bijvoorbeeld de invoerheffingen aan, die de prijzen van grondstoffen zoals suiker of katoen uit het Zuiden verhogen voor ze de Europese markt binnen mogen.

Daarnaast stellen we ook de quota aan de kaak die het Noorden aan de invoer van bepaalde producten oplegt (bijvoorbeeld fruit). En we klagen ook de (inkomens)subsidies aan die we verstrekken aan onze eigen producenten van goederen die onderhevig zijn aan internationale concurrentie (bijvoorbeeld melk).

Grote maatschappelijke kost
Deze protectionistische maatregelen hebben een grote maatschappelijke kost: duurdere producten en hogere publieke uitgaven. Ook voor de Europese en dus Belgische consument en belastingbetaler zijn ze met andere woorden nadelig.

Ze zorgen bovendien voor een minder efficiënte toewijzing van productiefactoren zoals arbeid en grondstoffen, waardoor we grote delen van de maatschappelijke voordelen van handel mislopen. We zouden met dezelfde hoeveelheid productiefactoren meer kunnen produceren, of we zouden hetzelfde kunnen produceren met minder productiefactoren.

Bovenal fnuiken deze maatregelen het economisch perspectief in ontwikkelende regio’s (die voornamelijk grondstoffen produceren), en waar de partners van Oxfam-Wereldwinkels zich bevinden.

De Zuidwerking van Oxfam-Wereldwinkels
De Zuidwerking van Oxfam-Wereldwinkels speelt in op deze problemen. Bij verschillende van onze partners nemen we zelf de barrières weg door rechtstreeks en eerlijk van hen aan te kopen. Zo zorgen we ervoor dat het economisch potentieel bij onze partners zich kan ontwikkelen. En zo tonen we bovendien aan dat handel, zonder belemmeringen, wel degelijk een krachtige hefboom is voor duurzame ontwikkeling.

Documenten