Skip to main content

Kiezen voor fair trade is meer dan een afweging aan het winkelrek

Ook al kopen we met z’n allen steeds meer fairtradeproducten, we mogen de strijd voor eerlijke handel niet herleiden tot een keuze aan het winkelrek (DS 5/9). Zonder politici die de handelsregels echt eerlijk maken, blijft het voor miljoenen boeren onmogelijk om uit de armoede te breken.

Verschenen in De Standaard 06/09/2017
5 sep, 2017

Heeft u deze zomer ook genoten van een vanille-ijsje? Wel, dan was dat waarschijnlijk uw kostbaarste cornetto ooit. Vanille was nooit eerder zo duur, konden we onlangs in deze krant lezen. Een cycloon teisterde de vanilleoogst in Madagaskar, één van ‘s werelds grootste producenten van de zwarte stokjes. Gevolg; de prijs die door schaarste al uitzonderlijk hoog lag, steeg tot boven de 500 dollar per kilo of pakweg de waarde van zilver. “De lokale vanilleboeren kunnen nu eindelijk huizen bouwen met cement en onderwijs voor hun kinderen betalen”, pochte één van de grote opkopers op het eiland.

Over de boeren wiens oogst volledig vernield werd, werd niet gerept. We leerden wel opnieuw dat de vanilleboeren er in normale marktomstandigheden nog altijd niet in slagen om een waardig loon te krijgen voor hun gegeerd product.

Het blijft een schrijnende paradox die we bij nog veel meer grondstoffenketens aantreffen. Of het nu over cacao, koffie of thee gaat; allemaal zijn het grondstoffen waarnaar de vraag in het Noorden immens is, terwijl ze enkel in een beperkt aantal landen met tropisch klimaat geteeld kunnen worden.

Een onschatbaar concurrentieel voordeel voor kleinschalige producenten in ontwikkelende regio’s dat evenwel teniet gedaan wordt door oneerlijke spelregels. Regels die bijna uitsluitend werden geschreven in het voordeel van de traditionele machtsblokken en een klein clubje giganten dat nagenoeg de hele markt onder elkaar verdeelt en de boer op die manier buitenspel zet om een deftige prijs te onderhandelen.

Het is een systeem dat zelfs de hevigste cycloon niet omver weet te blazen. Dat kan enkel door in te grijpen op verstikkende fenomenen als machtsconcentratie en tariefescalatie (oplopende invoertarieven naargelang de mate van verwerking van de grondstof) of via het internaliseren van sociale –en milieukosten. 

Want ondanks de bloeiende verkoop van producten met een fairtradecertificering en het groeiende vertrouwen daarin van de consument, geniet het gros van de boeren in het Zuiden nog te weinig van de welvaartsboost die internationale handel kan genereren. Ook de broodnodige duurzaamheidsprogramma’s en bijhorende labels die de grote voedingsbedrijven volop uitrollen, zorgen onvoldoende voor de beloofde verandering.

Zo treffen we tien jaar na de plechtige engagementen van de chocolademultinationals om de ergste vormen van kinderarbeid in de cacaosector uit te roeien, nog steeds kindslavernij aan op de cacaovelden. En ging in de jaren ’80 nog 16 procent van de uiteindelijke waarde van een chocoladereep naar de cacaoboer, dan schommelt dat percentage vandaag amper tussen 3,5 en 6,4 procent.

Ook bij koffie blijft het gros van de gecreëerde meerwaarde nog altijd plakken bij een handvol westerse koffiehandelaren en –branders, ten koste van de 25 miljoen kleine boeren die nochtans instaan voor 70% van de wereldwijde productie.

Louter rekenen op het ethisch besef van individuele consumenten volstaat dus niet. Ook de vrijwillige sustainability-initiatieven van private spelers blijken niet zo zeer too late, maar wel nog altijd too little. Men blijft zo de keuze, en bijhorende verantwoordelijkheid, bij de consument leggen en niet daar waar echt structureel ingrijpen nodig én mogelijk is. Zonder politieke onderbouw dreigt de toe te juichen groei van ethische consumptie, in het slechtste geval, zelfs systeembevestigend te werken.

Problemen waarvan algemeen geacht wordt dat ze onaanvaardbaar zijn, zoals kinderarbeid, uitbuiting en onverantwoord ecologisch gedrag, worden herleid tot een individuele afweging aan het winkelrek. Terwijl de consument niet verplicht zou mogen worden om te kiezen voor een al dan niet slaafvrije chocoladereep of zich moet afvragen of zijn koffie wel eerlijk geproduceerd werd.

Wie kiest voor fairtradeproducten helpt boeren in het Zuiden écht wel vooruit. Dat zien we dagelijks bij de partners met wie we samenwerken. Maar probeer bij elke slok eerlijke koffie of elke hap fairtradechocolade ook na te denken hoe u beleidsmakers tot actie kan aanzetten. Want de strijd voor eerlijke handel voer je niet alleen in de supermarkt, maar ook in de publieke ruimte. Dat is waar onze wereldwinkels op blijven inzetten.

Thomas Mels
Hoofd Politiek – Zuid – Jongeren