Skip to main content

Koffie versus kogels

Hoe eerlijke handel koffieboeren in Oost-Congo weerbaarder maakt.

Door de aanhoudende politieke onrust zakt Congo verder weg in het economisch moeras. Maar net in moeilijke omstandigheden toont eerlijke handel zijn meerwaarde. Ook als de randvoorwaarden voor stabiel ondernemen (nog) niet vervuld zijn en de commerciële spelers zich bijgevolg niet laten zien.

Thomas Mels, Hoofd Politiek, Zuid en Jongeren
11 okt, 2017

Wie er de huidige wisselkoers van de Congolese frank op naslaat, lijkt vandaag eerder naar het profiel van een Touretappe met aankomst bergop te kijken. De inflatie in augustus piekte tot 70% en volgens sommige waarnemers zal de nationale munt tegen het einde van het jaar naar schatting 30% van zijn waarde verloren hebben.

De weigering van president Kabila om nieuwe verkiezingen te organiseren zorgt al maanden voor grote politieke onrust. Dat en het quasi bankroet van de Congolese staat hebben de zwakke economie helemaal naar de rand van de afgrond geduwd.

Het zet ook de koffieboeren in de Kivustreek opnieuw onder druk. De opbrengsten van de koffieoogst in het voorjaar, waarvan ze in het beste geval een deel in de spaarkassen van de coöperatie opzij hadden gezet, zullen nog minder dan gewoonlijk helpen om het najaar door te komen. De val van de Congolese frank jaagt ook hun coöperaties op hogere kosten. Samen met de inflatie nemen de “invisibles”, de onofficiële taksen die ambtenaren en politieagenten opeisen, een hoge vlucht. De crash van de Congolese economie versterkt zo nog maar eens de beruchte alomtegenwoordige corruptie.

Het is, naast het legendarische gebrek aan infrastructuur en de afwezigheid van een noemenswaardige rechtstaat, de redenen waarom buitenlandse investeerders het land liever links laten liggen. Mobiliseren van privékapitaal mag dan al het nieuwe modewoord zijn wanneer het over ontwikkelingssamenwerking gaat, in Congo geeft de privésector niet thuis. Met de notoire uitzondering van internationale mijnbedrijven die net gebaat zijn bij een minimum aan regulering.

Het was dan ook niet dankzij de grote commerciële koffiespelers dat de Congolese koffie enkele jaren geleden aan een stille revival begon. Maar wel door inspanningen van organisaties zoals Oxfam. Door boeren te overtuigen zich te verenigen, door hun coöperaties te ondersteunen, door investeringen in infrastructuur en in betere landbouwtechnieken. En door hen een afzetmarkt én een eerlijkere prijs aan te bieden, vond de koffie uit Kivu voor het eerst in tientallen jaren tijd weer rechtstreeks zijn weg naar de internationale markt. En verschafte ze de lokale producenten, naast de nodige trots, ook weer prille positieve vooruitzichten.

Voordien lag het enige economisch perspectief voor veel Oost-Congolezen in het aansluiten bij een gewapende militie. Het was dat of wegtrekken naar een mijnrijke regio, de toevlucht nemen tot de informele economie of een combinatie van alle voorgaande opties.

Sinds hun product weer rechtstreeks zijn weg vindt naar Europa en Amerika, zien steeds meer boeren weer een toekomst in de teelt van het zwarte goud. Een keuze voor koffie in plaats van voor kogels. De fairtradekoffie levert de boeren een tweede betaling op na de oogst, terwijl de coöperatie een deel van de opbrengst kan investeren in onder meer onderwijs en gezondheidszorg.

En nu de politieke en economische thermometers verder in het rood gaan, blijkt dat de recent herwonnen handelslink met het buitenland ook extra bescherming biedt tegen de grillen van de lokale economie. Aangezien hun koffie bestemd is voor export en dus in internationale valuta verhandeld wordt, zien de koffieboeren de prijs van hun koffiebessen aangepast aan de dollarkoers. En houden ze op die manier meer over aan de verkoop van hun koffie dan aan de verkoop van gewassen voor de lokale markt. Ook de coöperaties ontsnappen vandaag, dankzij hun exportcontracten, voor een groot deel aan het koopkrachtverlies door de moordende inflatie.

Het kleine succesverhaal achter de koffie uit Kivu is, zoals elke vooruitgang in Congo, fragiel. En uiteraard blijven de uitdagingen voor de koffieboeren en de andere inwoners immens. Maar het toont wel hoe eerlijke handel in bijzonder moeilijke omstandigheden kan bijdragen aan de weerbaarheid van lokale gemeenschappen. En hoe je dus met een kop Oxfam-koffie wel degelijk een verschil kan maken.

Of zoals de manager van een coöperatie afgelopen week nog zei: “Ik weet dat jullie kranten enkel schrijven over wat er allemaal fout loopt in Congo, maar wij werken ondertussen wel verder.”