Skip to main content

Rijstschatten uit Laos

In Laos vinden we meer dan 4000 rijstvariëteiten terug. De Laotiaanse rijstboeren zitten op een rijstschat. Maar kunnen ze deze ook verzilveren?

Oxfam-Wereldwinkels analyseert hoe handelsregels bepaalde regio’s of groepen bevoordelen en het andere in hun economische ontwikkeling remmen. Om onze rijstproducenten in Laos te ondersteunen, namen we de lokale, regionale en mondiale handelsvoorwaarden onder de loep.

1 dec, 2016

Nieuwe markten, nieuwe kansen?

In januari 2016 trad Laos toe tot de vrijhandelszone binnen de Zuidoost-Aziatische landen. Het land kan nu tariefvrij exporteren naar de andere landen in deze vrijhandelszone. Met hun unieke en traditionele rijstsoorten en hun duurzame teelttechnieken hebben Laotiaanse rijstproducenten een aantal troeven in handen om de vruchten te plukken van die handelsopening. Toch wordt dat voor hen een grote uitdaging.

Het einde van de biodiversiteit?

Met de opening van de Zuidoost-Aziatische markten zou de stijgende import van goedkopere rijstsoorten uit buurlanden de traditionele rijstvariëteiten uit Laos kunnen verdringen. Dit is niet alleen slecht nieuws voor de biodiversiteit in het land, maar zet ook een rem op een traditionele manier van armoedebestrijding.

Het is goed mogelijk dat de stijgende import van goedkopere rijstsoorten uit buurlanden de traditionele rijstvariëteiten uit Laos zal verdringen en dat deze uiteindelijk zullen teloorgaan.

Rijstboeren telen nu verschillende soorten rijst. Die kunnen op verschillende momenten geoogst worden, waardoor de opbrengsten gespreid liggen over het jaar. Bovendien reageren de soorten ook verschillend op ziektes en droogtes of overstromingen. Wanneer één soort het minder goed doet, zijn er nog altijd andere soorten die voor een inkomen of voedselzekerheid kunnen zorgen. Met de realiteit van de klimaatverandering voor ogen, is deze vorm van diversificatie meer dan ooit nodig.

 

Kapers op de kust

Naast de toevloed van geïmporteerde goedkopere rijst, zouden de tariefvrije handelsvoorwaarden binnen de Zuidoost-Aziatische vrijhandelszone ook kunnen leiden tot een toevloed aan investeerders uit de buurlanden. Als die investeerders grootschalige plantages aanleggen in nog ongerepte gebieden van Laos, dan ziet de toekomst er niet zo goed uit binnen de vrijhandelszone.

We zagen eerder al een toevloed van investeerders onder de tariefvrije voorwaarden voor de MOL-landen (de Minst Ontwikkelde Landen). Grote Europese investeerders bouwden in Laos grootschalige plantages van exportgewassen zoals rubber, eucalyptus, maïs en koffie. Deze plantages verminderen enerzijds de toegang tot land en inkomen voor de Laotianen, en anderzijds verengen ze opnieuw aanzienlijk de rijke biodiversiteit in Laos.

Laos kan een nieuwe golf van dat soort buitenlandse investeerders echt wel missen. Laten we hopen dat de Laotiaanse overheid dit gevaar tijdig inziet. Ook vanuit de mondiale ambities om onze planeet te redden, die we terugvinden in de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s), zijn we bezorgd over wat er in landen als Laos gebeurt. Of horen we te zeggen: over de keuzes die de huidige internationale handelsregels landen als Laos opdringen?

Toekomst voor kleinschalige, duurzame landbouw

Naast de enorme rijkdom aan rijstvariëteiten komt het gros van de Laotiaanse productie nog ‘duurzaam’ tot stand: in tegenstelling tot de grote rijstplantages in de buurlanden is kleinschalige teelt er nog steeds de meest voorkomende productievorm. Gemiddeld is een Laotiaans rijstveld amper 1,19 hectare groot. Bovendien worden de boeren nog niet gegijzeld door de grote bedrijven die hen afhankelijk maken van bepaalde zaden en meststoffen.

Omdat Laos vooral kleefrijst produceert, ontsnapte het aan de Groeve Revolutie tussen 1960 en 1980. Tijdens deze periode nam de productie van rijst in de buurlanden enorm toe door de introductie van nieuwe en verbeterde zaden, kunstmest, pesticiden en nieuwe irrigatietechnieken. Laos ontsnapte aan de opmars van het industriële landbouwmodel omdat de nieuwe variëteiten niet ontwikkeld waren voor kleefrijst en omdat de omschakelingen gewoonweg te duur waren voor de Laotiaanse boeren.

Het is dus nu aan de Laotiaanse overheid om haar boeren, die aan landbouw doen op een manier die wél houdbaar is voor de planeet, te wapenen en hen zelfs af te schermen voor de lokroep van de grote monoculturen. Zeker vanuit het mondiale objectief om binnen afzienbare tijd over te schakelen op een duurzaam landbouwmodel.

Wat kan Europa doen?

Ook Europese overheidsorganen kunnen kleinschalige Laotiaanse rijstproducenten een duwtje in de rug geven. In januari 2016 heeft onze overheid zich geëngageerd werk te maken van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s). Als ze dit werkelijk meent dan kan ze inzetten op het behoud van duurzame landbouwmodellen door het industriële landbouwmodel te belasten. Zo krijgen landen zoals Laos, waar het landbouwmodel nog op duurzame leest geschoeid is, een kans. En dragen we tegelijkertijd bij tot het werkelijk realiseren van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen.

 

 

 

Documenten