Skip to main content

Speech en debat: Handel! Maar dan eerlijk

Tijdens het Fair Forum van Oxfam-Werelwinkels dat zaterdag 9 september in Mechelen plaatsvond, kwam Isabelle Durant, kersvers adjunct-secretaris-generaal van de VN-Conferentie voor Handel en Ontwikkeling (UNCTAD), haar visie op eerlijke wereldhandel toelichten. Nadien legde professor Jan Orbie (UGent) de link naar het  Europese niveau en ging samen met Kristof Calvo (Groen), Lieve Wierinck (Open Vld) en Jan Cornillie (sp.a) in debat over wat de EU kan doen om de wereldhandelsregels duurzamer en eerlijker te maken.

15 sep, 2017

HH

Isabelle Durant bracht een korte beschouwing over haar organisatie. Zij ziet parallellen tussen de missie van UNCTAD en Oxfam: beiden ‘verdedigen handel in functie van ontwikkeling door middel van wereldwijde solidariteit en samenwerking’. Dit is meer dan ooit belangrijk in een wereld die getekend wordt door milieuproblematiek, toenemend populisme en groeiende ongelijkheid. ‘De internationale handel groeit exponentieel in volume. De regulatie en het politieke kader waarbinnen die groei plaatsvindt dient echter niet de reële economie. Het is net die economie die de meest kwetsbare groepen toelaat zich te ontwikkelen. Het idee van een mondiale nieuwe transactie, een globale new deal dringt zich op’, aldus Durant.

Prof. Dr. Jan Orbie, directeur van het Centrum voor EU-Studies (CEUS) van de UGent, trad op als moderator. Ook hij benadrukte het belang van het in vraag stellen van het handelssysteem en raadde de fairtradebeweging aan om radicaal te blijven nadenken over goede alternatieven. ‘Anders loert het gevaar dat populistische krachten met succes minder wenselijke alternatieven aanbieden.’

Fair trade werkt op elk niveau
Kristof Calvo, fractieleider in het federaal parlement voor Groen, stelde dat de lokale inbedding van Oxfam Wereldwinkels een basis vormt voor transitie. ‘Aan de basis is dan ook heel wat winst te boeken’, aldus Calvo. 'Daarnaast kunnen nationale overheden het debat rond handel aanwakkeren, denk maar aan het Waalse verzet tegen CETA'.  Daarbij merkte hij op dat de herauten van de vrijhandel vaak vergeten dat in de huidige ‘vrijhandel’ ook erg veel beschermingsmechanismen zitten, maar dan voornamelijk voor de sterke, gevestigde belangen.

‘Fair trade is werken op verschillende fronten en beleidsniveaus’

Jan Cornillie, politiek directeur bij sp.a, benadrukte het belang van het internationaal handelssysteem. ‘Het reguleren van handel is te veel overgelaten aan de markt.’ Dit heeft tot gevolg dat er een groot onevenwicht is tussen de slagkracht van handelsregels. Sociale en milieuregels zijn te zacht in tegenstelling tot regels rond vrijhandel. Bovendien is het eenvoudig voor multinationals om te ontkomen aan bestaande regulatie. De Europese Unie moet op dit vlak een sterkere rol spelen, aldus Cornillie. ‘Fair trade is werken op verschillende fronten en beleidsniveaus’, besluit Calvo. Cornillie ziet een tweevoudige oplossing. Ten eerste wordt ‘de macht over de voedingsketens steeds meer geconcentreerd in de handen van enkele grote voedingsmultinationals. Waarom durven we niet meer zeggen dat bepaalde hele grote spelers eigenlijk opgesplitst zouden moeten worden?.’ Ten tweede dient speculatie op voedingsmiddelen strenger gereguleerd te worden. Calvo voegde hieraan toe dat ook de ethische consument een rol speelt. ‘We moeten de consumentenkracht verzamelen en benutten. Daarnaast is het belangrijk dat we van alle verdragen die we sluiten een hefboom maken.’ Milieu en mensenrechten dienen een centrale plaats te krijgen in het handelsbeleid van de Europese Unie.

'De macht over de voedingsketens wordt steeds meer geconcentreerd in de handen van enkele grote multinationals.'

Handel en klimaat: goed huwelijk of koude verstandhouding?
Cornillie argumenteerde dat de huidige internationale verbintenissen rond klimaat niet ver genoeg gaan. ‘Maritieme en luchtvaart moeten ook deel worden van de afspraken over CO2.’  Bovendien zijn de engagementen niet altijd even bindend. Een geloofwaardig akkoord maakt haar verbintenissen afdwingbaar, aldus Cornillie. Wierinck waarschuwde dat ‘Europa moet oppassen dat ze uiteindelijk niet de rekening betaald’. Verder wees ze op de onmogelijkheid van de maritieme en luchtvaartsector om zich snel aan te passen aan nieuwe milieunormen. Calvo ziet in de divestment beweging en de doorbraak van hernieuwbaare energie redenen voor klimaatoptimisme. Daarnaast houdt een eerlijke prijs in dat de milieukost wordt geïnternaliseerd. ‘De juiste prijs hanteren is een instrument om op een andere manier met transport om te gaan.'