Skip to main content

TTIP: wie wordt er beter van?

Het partnerschapsakkoord tussen Europa en de Verenigde Staten, dat er nu toch niet lijkt te komen, zorgt nog steeds voor discussie. De doelstellingen zijn nochtans heel helder, zelfs nobel te noemen: het openstellen van de wederzijdse markten, het opstellen van transparante en eerlijkere handelsregels en het reduceren van de administratieve rompslomp voor handelende partijen. Daar kan niemand tegen zijn, toch? Vanwaar dan de heisa?

22 jun, 2015

Een geheimzinnig proces wekt nooit vertrouwen

De onderhandelaars hebben tot hier toe niet bepaald moeite gedaan om helder te communiceren over wat er zoal op tafel ligt, laat staan welke richting het uit zou gaan. Veel voorbereidende gesprekken verliepen tot hier toe binnenskamers en achter gesloten deuren. Dit heeft bij de buitenstaanders geleid tot veel onduidelijkheid over de precieze impact van het verdrag op de sectoren die er deel van uitmaken.

Zo veel geheimzinnigheid is voor een dergelijk ingrijpende overeenkomst niet vertrouwenwekkend. En heeft als direct gevolg dat landen – ook zij die niet mee rond de tafel zitten – zich niet kunnen voorbereiden op de gevolgen van het TTIP. Deze obscure onderhandelingstechniek is niet onschuldig: het wordt voor buitenstaanders behoorlijk moeilijk om investeringskapitaal aan te trekken als de investeerder niet weet binnen welk kader hij risico’s moet nemen. Bedrijven van binnen de onderhandelende landen weten zich hierdoor serieus bevoordeeld. Immers, de kans dat de deal voor hen slecht uitdraait is nihil, dat weten kredietverstrekkers beter dan wie ook. Buitenstaanders zullen abrupt met de implicaties van de akkoorden worden geconfronteerd, en zien zich met dit voldongen feit noodlottig/hoogst schadelijk geremd in hun investeringspotentieel. Dit ‘tijdsvoordeel’ voor de bedrijven van de onderhandelende partijen betekent met andere woorden een heuse concurrentiehandicap voor de bedrijven van de buitengesloten partijen.

Daar zijn de chloorkippen weer

Een ander gevolg is de gebrekkige informatie bij het grote publiek. Dat er publieke ongerustheid heerst behoeft weinig betoog. Het gebrek aan transparantie voedt onder andere de vrees, of kunnen we dàt helaas wel al een vaststelling noemen, dat er onder de ‘handelsovereenkomst’-vlag een heleboel zaken geregeld zullen worden die veel verder reiken dan het hertekenen van de handelsregels tussen de twee regio’s. Of kunnen we er op rekenen dat onze Europese parlementsleden alsnog de doem-‘investeerder-staatsarbitrage’-clausule (het vermaledijde ISDS) afwenden, en ons zullen hoeden voor een uitholling van ons medisch vangnet, onze culturele eigenheid en dergelijke?

En die mist leidt natuurlijk ook tot speculatie. Laat ons hopen dat daar geen doelbewuste strategie achter schuilgaat. Een voorbeeld dat tot in den treure, maar hopelijk onterecht – zoals onder andere onze eigen Eurocommissaris ons expliciet op het hart drukte –, wordt aangehaald zijn de zogenaamde chloorkippen. Een gevolg van een goedkeuring van TTIP zou immers zijn dat deze met chloor ontsmette kippen onze markt zouden overspoelen. Deze angst is begrijpelijk, maar het is niet duidelijk of ze terecht is. Want de Europese normen voor voedselveiligheid zouden volgens het onderhandelingsmandaat van de Europese Commissie, niet verlaagd worden in het TTIP.

Zouden, en zou. Of misschien toch wel? Want er wordt in het midden gelaten, of toch niet expliciet gecommuniceerd, of er naar een ‘harmonisering’ van de standaarden, dan wel naar een wederzijds erkennen ervan zal worden gestreefd. Of moeten we gewoon vrezen dat het misschien wel eens de minst smakelijke cocktail van alle opties zou kunnen worden: her en der harmonisering naar boven, elders naar beneden, en als het beter uitkomt, gewoon maar wederzijds erkennen?

Wat deze heisa alleszins illustreert is het gebrek aan transparantie tot hiertoe, en het feit dat daardoor de aandacht wegblijft van misschien nog wel veel schrijnendere implicaties van zo’n ‘monster’akkoord. Want er zijn wel degelijk zaken om ons zorgen over te maken.

De afwezigen betalen het gelag

Wat betekent TTIP voor hen die niét rond de tafel zitten? Zowel de VS als de EU importeren momenteel vrij beperkt uit elkaars markten, hun handelsrelatie is dus niet zo innig. Voor 90% van de import wordt handel gedreven met landen die niet in dit partnerschap zitten. Want zij zullen ongetwijfeld met de gevolgen geconfronteerd worden mocht dit pact er ooit komen.

Het zou dan ook van een grote wereldvreemdheid getuigen om ervan uit te gaan dat een deal tussen deze twee uitsluitend een impact zal hebben op de eigen markten.

In de impact die dit akkoord buiten de twee onderhandelaars zal hebben, zit onmiskenbaar een kanjer van een angel. Op dit moment zijn er naast deze bilaterale onderhandelingen, nog een paar gelijkaardige initiatieven, zoals bijvoorbeeld het TPP (Trans Pacific Partnership), waarin de VS onder andere met Zuid-Oost Aziatische groeiers een handelsverdrag smeedt, en het RCEP (Regional Comprehensive Economic Partnership), waarin China en India handelsakkoorden smeden met onder andere de ASEAN vrijhandelszone, Japan en Australië. Elk van deze initiatieven vertrekt vanuit het objectief om handel meer kracht te geven als hefboom voor economische ontwikkeling, want iedereen is het erover eens dat onzinnige belemmeringen in het internationale handelen nergens goed voor zijn.

Het is leeg aan de WHO-tafel

Dat was ook exact het objectief van de WHO. Ook binnen dat onderhandelingskader wordt er gestreefd naar het zinnig reguleren van de internationale handel, zodat die tot grotere welvaart kan leiden voor allen. Er is echter wel een fundamenteel verschil tussen de WHO, en al die recentere initiatieven: aan de WHO-tafel eet iedereen samen. Bij de bilaterale onderhandelingen heb je een uitnodiging nodig. Dat verschil zou ons allen heel erg veel zorgen moeten baren. Want waarom zouden ze terugplooien op kleinere clubjes, als hun deal niets zou bevatten dat de anderen met wie ze binnen de WHO aan tafel zitten zou schaden? En het feit dat er aan al die bilaterale onderhandelingsrondes één markante afwezige is, het noodlijdende Afrika nog wel, tempert die zorgen allerminst.

Of moeten we het omdraaien, en in dit soort onderlinge onderhandelingsmechanismen de verklaring zoeken voor de starre en onwillige houding van de grootmachten aan de WHO-tafel? Het laatste decennium was daar immers een behoorlijk kader ontstaan om te komen tot eerbare handelsregels, en vooral een kader waar minimale garanties opgenomen waren voor landen in een zwakkere onderhandelingspositie. Het feit dat de grote spelers nu eieren voor hun geld kiezen en losse, bilaterale akkoorden proberen af te sluiten, roept toch niet alleen bij ons vragen op? Kan het anders dan dat de niet-betrokkenen de rekening van het gelag zullen betalen?

Hoe eerlijk kunnen de regels zijn van het TTIP?

Voor alle duidelijkheid, op papier lijkt het ons, Oxfam-Wereldwinkels, heel erg achtenswaardig: het afschaffen van wederzijdse tarieven zorgt ervoor dat de markt haar disciplinerende rol kan spelen, zodat uiteindelijk het product met de beste prijs/kwaliteitverhouding overblijft. Een goed gereguleerde markt stuurt immers naar een efficiënt gebruik van productiefactoren en een zo min mogelijk verkwistend gebruik daarvan. In het geval van textiel, zou dit bijvoorbeeld kunnen betekenen dat anders dan nu – door het hoge VS-tarief voor EU-textiel – pakweg Roemenië wél de concurrentie met Cambodia en Texas aan kan gaan, en elke regio het deel van de markt inneemt dat strookt met hun respectievelijke troeven.

Maar of het zo mooi is als het op papier oogt, valt toch sterk te betwijfelen. Veel sectoren in Europa en de VS (waaronder textiel) worden momenteel nog uitgebreid gesubsidieerd. Concurrentievervalsing druist dan ook in tegen de initiële doelstelling: het opstellen van transparante en eerlijke handelsregels[1] – een streven naar een gezondere internationale handelsmarkt. Tenzij natuurlijk, het van bij het begin de bedoeling was om ‘faire’ regels te creëren voor slechts een deel van de partijen op de internationale markt?

Hier te licht overgaan, is alvast niet vrijblijvend. Stel je voor dat elk van de grootmachten dit verdrag aangrijpt om de ‘investeringen’ in eigen ‘strategische’ industrieën beter te laten renderen, dan zou dit mooi verpakte handelsverdrag wel eens heel erg lelijk kunnen uitdraaien voor externen. Het zou immers betekenen dat er een grote interne markt wordt gecreëerd waarop externe spelers geen schijn van kans maken omdat hun producten nooit kunnen concurreren met de gesubsidieerde handelswaar uit de EU en de VS. En dat zou net zo dramatisch zijn voor de West-Afrikaanse katoenproducenten, als voor de Latijns-Amerikaanse melkboeren.

Harmonisering: moeten we vrezen voor nieuwe handelsbarrières?

Een tweede kwestie – naast het afschaffen van de wederzijdse tarieven – die ons zorgen moet baren is de eerder vermelde ‘verregaande harmonisering’ van de handelsregels en -voorschriften.

Door het gelijkstellen en aanpassen van een hele set legale standaarden (bv. HACCP-normen) moeten we misschien niet in hoofdzaak de chloorkip vrezen, als wel de feitelijke barrière die zo’n eisen vermoedelijk zullen vormen voor bijvoorbeeld de producenten in het ontwikkelende zuiden. Het zou immers niet verwonderen dat zij geconfronteerd zullen worden met voorschriften waaraan ze – vanuit het design en het objectief ervan – nooit kunnen voldoen. Dan worden zij de facto uitgesloten van de interessante markten waarop zij hun uitstekende waren willen slijten. Het valt, met andere woorden, te vrezen dat ook ‘het harmoniseren van de kwaliteitsstandaarden’ een – rationeel zelfs behartigenswaardige – vlag dreigt te worden die een ware koehandel dekt: of kan iemand ons garanderen dat het behoud van bv. de flagrant-protectionistische ‘kwaliteits’standaarden voor katoen in de VS niet in de weegschaal zullen komen in ruil voor de belangen van de Europese melkproductie?

Ons voorstel is dan ook dat beleidsmakers hun eurocentrische blik verruimen en vooral het globale plaatje overschouwen. De impact van het TTIP zou wel eens groter kunnen zijn buiten Europa en de VS dan we tot hier toe hadden vermoed.

 

 

[1] http://ec.europa.eu/trade/policy/in-focus/ttip/about-ttip/