Skip to main content

Van de onzichtbare hand tot het neoliberalisme

In 1776 verschijnt het boek The Wealth of Nations van Adam Smith, een belangrijke stap in het begrijpen van de ontwikkeling van economische welvaart.

22 apr, 2016

Hij beschrijft het mechanisme waarbij specialisatie van arbeid en kennis het potentieel hebben om welvaart te creëren. Produceerden we alles wat we nodig hebben (van het potlood, over ons eten, tot een computer) zelf, dan hadden we nooit zo'n grote economische ontwikkeling en technologische vooruitgang gekend als de voobije twee eeuwen.

En het is dankzij handel dat specialisatie opbrengt. Het principe is eenvoudig: maak niet wat een ander efficiënter kan maken, koop het van hem. En je betaalt hem met wat jij verdient door iets te produceren waar jij efficiënter in bent.

Bij zo'n koop winnen normaal beide partijen. Wie iets koopt, vindt wat hij koopt minstens even waardevol als hetgeen hij er voor geeft. Wie iets verkoopt, verkiest wat hij ervoor in de plaats krijgt boven het behouden van de waar.

Handel maakt een efficiënter gebruik van de beschikbare grondstoffen en productiefactoren mogelijk. Het laat ons toe meer uit de productiefactoren te halen of er minder te verspillen om hetzelfde te produceren. Handel kan dus leiden tot meer welvaart voor de hele gemeenschap.

De diep religieuze Adam Smith zag in dit proces een 'onzichtbare hand' aan het werk, een mechanisme waarbij een weldadige God het individuele streven ten goede van de gemeenschap leidt. Hij schreef zijn boek dan ook in een wereld waar protectionisme en overheidsregulering volop misbruikt werden om de belangen van een zeer kleine groep rijken te versterken ten nadele van de grote massa.

Het is dan ook ironisch -Smith duizelt ongetwijfeld in zijn graf- dat net de beeldspraak van de onzichtbare hand de baan hielp vrij te maken voor een neoliberaal beleid dat kleine groepen rijken op het lijf geschreven is, en nog wel nadrukkelijk ten koste van de grote massa.

Sinds de jaren '60 groeide een streven naar een volledige laissez-faire-benadering van de economie. Met een consequente verwijzing naar Smiths onzichtbare hand klonk steeds luider: 'Beste overheid, kom zo weinig mogelijk tussen, want niemand regelt de markt beter dan ze dat zelf doet.'

De invloedsrijkste vertegenwoordigers van deze lijn waren Milton Friedman en Friedrich Hayek die, als economisch adviseur van respectievelijk de Amerikaanse president Ronald Reagan en de Britse premier Margaret Thatcher, in de jaren '80 hun visie konden doordrukken. Kenmerkend voor die tijd waren de opeenvolgende processen van liberalisering en deregulering. De macht van de overheden werd wereldwijd doelbewust ingeperkt. In hun visie reguleert de markt immers zichzelf.

Maar hun marktideaal baart niet veel fraais. Het internationale handelen is helemaal niet vrij en niet iedereen krijgt gelijke kansen. Er heerst vaak een groot machtsonevenwicht. In Bangladesh kan je nauwelijks anders dan je (slaven)arbeid te ruilen voor een armzalig loon. Braziliaanse sinaasappelproducenten kunnen 'kiezen': zelf opeten, of tegen een onterende prijs verkopen aan opkopers die onderlinge prijsafspraken hebben gemaakt.

Jammer genoeg hoeft deze scheefgegroeide situatie ons niet te verbazen, want in ongereguleerde handel zitten ziektes vervat die zonder ingrijpen van de overheid de maatschappij verarmen. Daar was ook Adam Smith in 1776 al van doordrongen: gericht overheidsingrijpen is noodzakelijk om bepaalde gebreken van de marktwerking te corrigeren en zo maatschappelijke welvaart te verhogen.

Trefwoorden