Skip to main content

Waarom is handel zo vaak oneerlijk?

Onze producenten trekken al te vaak aan het kortste eind als zij handel willen drijven. Ze krijgen geen eerlijke kans om op de markt te verkopen omdat de handelsregels in hun nadeel spelen. Het zijn meestal enkele grote bedrijven die de spelregels bepalen bij de aan- en verkoop van de grondstoffen die onze partners verbouwen. Waardoor die een te lage prijs krijgen voor hun producten.

Ons internationaal handelssysteem fnuikt zo de kansen voor het Zuiden als handelspartner. Wij ijveren voor een rechtvaardig handelssysteem, en we hopen van jou hetzelfde. Daarom is het belangrijk te weten wat er op dit moment allemaal misloopt.

Monopoliemacht

Een eerste belangrijke symptoom van oneerlijke handel is de te grote macht van opkopers, verwerkers en distributeurs. In een gezonde markt worden de prijzen bepaald door een gezonde strijd tussen concurrenten. Maar op bepaalde punten in de keten van producent tot consument is er te weinig concurrentie. Vandaag komt driekwart van de voeding in de wereld op de markt via minder dan vijfhonderd bedrijven. Dit machtsonevenwicht heeft een negatieve invloed op regio’s met een economische achterstand. Die vijfhonderd grote spelers bepalen de voorwaarden en de prijzen. Zo buiten ze de onmacht van kleine producenten uit. Deze boeren kunnen hun koffie of rijst toch aan niemand anders kwijt.

Handel kan maar eerlijk zijn als overheden die reguleert.

Falende markt

Veel bedrijven kunnen dus helemaal zelf bepalen hoeveel ze voor goederen betalen aan de producent. Zij houden daarbij uiteraard geen rekening met de kosten die de boer voor de productie ervan heeft moeten maken. Daarnaast kunnen zij ook hun gewicht in de schaal leggen om de prijs te bepalen voor de consument (of de volgende schakel in de keten, een verwerkend bedrijf bijvoorbeeld), en op die manier meer winst te boeken dan bij gezonde concurrentie.

De neiging naar concentratie is een klassieke tekortkoming van bepaalde markten. Beleidsmakers weten dit maar al te goed, maar gedogen deze marktfalingen. Regulering is volgens Oxfam-Wereldwinkels noodzakelijk om de markt haar belangrijkste taak te laten vervullen: het creëren van welvaart voor zoveel mogelijk mensen.

Regels op maat van rijke economieën

Een tweede structurele oorzaak van oneerlijke handel zijn handelsbarrières. De EU en de VS hebben een heleboel regels in het leven geroepen die de eigen markt afschermen en producenten uit het Zuiden buitenspel zetten. In het beste geval mogen ze fungeren als leverancier van ruwe grondstoffen. Dit zorgt ervoor dat ontwikkelende regio’s waar mensen afhankelijk zijn van landbouw, hun producten zeer moeilijk of enkel aan zeer lage prijzen kwijt kunnen.

Die afscherming gebeurt door allerlei maatregelen:

  • invoerheffingen, die de prijzen van grondstoffen zoals suiker of katoen uit het Zuiden verhogen voor ze de Europese markt binnen mogen;
  • tariefescalatie: verwerkte grondstoffen worden nog eens extra belast bij invoer in de EU, waardoor het niet interessant is om ze in te voeren. Dit belemmert meteen de ontwikkeling van een verwerkende industrie in het Zuiden;
  • quota voor de invoer van bepaalde producten uit het Zuiden (zoals fruit);
  • (inkomens)subsidies voor Europese producenten van goederen die onderhevig zijn aan internationale concurrentie (zoals melk).

De verborgen kost van ons huidig productiemodel

Hoewel het duidelijk is dat hedendaagse, grootschalige productieprocessen een enorme impact hebben op de leefbaarheid van onze planeet wordt die kost nergens in rekening gebracht. Ook dat is eigenlijk een vervalsing van de markt. Alleen door die kost wél te verrekenen in het productieproces, kunnen die productieprocessen evolueren naar meer duurzame. Bovendien krijgen dan ook boeren uit het Zuiden, die kleinschaliger en met minder ecologische impact produceren, een eerlijke kans.

De regulerende rol van overheden

Het lijdt geen twijfel dat handel maar eerlijk kan zijn als overheden die reguleert: het is precies de taak van een overheid om condities te scheppen waarbinnen handel optimaal kan verlopen. Door te investeren in publieke voorzieningen, in te grijpen bij (fiscale, ecologische en andere) misbruiken en vooral door een internationaal kader te scheppen dat kansen biedt aan producenten (en dus mensen) om op een eerlijke, gezonde manier met elkaar handel te drijven. Want handel is een motor van ontwikkeling.

De consument betaalt te veel

De huidige handelscontext remt niet alleen het economisch potentieel van veel ontwikkelende regio’s af. Ook bij ons veroorzaakt ze een grote maatschappelijke kost: de prijzen die we betalen voor onze producten bevatten monopoliewinsten, en met de hogere publieke uitgaven (via subsidies) betaalt de consument twee keer, terwijl ook die recht heeft op een eerlijke prijs. Ook voor de Europese consument en belastingbetaler zijn ze deze maatregelen dus nadelig.

Alle kaarten op tafel

In 2013 vatten we het hele verhaal samen in een uiterst bevattelijk filmpje. Je kan het hier bekijken of downloaden om het te tonen in je klas, vriendengroep of spreekbeurt.

Documenten