Skip to main content

Waarom oplopende invoertarieven oneerlijk zijn

We zijn in Europa verlekkerd op thee, koffie, rijst en chocolade. Allemaal producten die we zelf niet kunnen telen in onze streken. Toch verdienen onze producenten vaak zeer weinig aan de teelt van deze exotische producten omdat ze er niet in slagen om ook een rol te spelen in de -lucratieve- verwerking ervan. Invoerbelastingen op afgewerkte producten ontmoedigen elk initiatief in die zin. 

Photo: Maarten De Ruyck
25 jan, 2017

Een pakje gebrande koffie kost veel meer dan dezelfde hoeveelheid ruwe koffie. Dat is logisch. In gebrande koffie zit o.m. de kost verrekend voor de verwerking. Maar er wordt ook veel meer winst mee gemaakt. Het is dus interessant om als producent ook een graantje mee te proberen pikken van deze waardevermeerdering. Toch exporteren kleine producenten in het Zuiden nauwelijks afgewerkte producten, hoewel daar veel meer mee te verdienen valt.

Op deze manier blijven koffieboeren, cacaoboeren, theeplukkers en rijstproducenten niets meer dan aanvoerders van ruwe grondstoffen en verdwijnt alle meerwaarde op een verwerkt product in de zakken van verwerkers in het Noorden.

Tariefescalatie beschermt de grote verwerkers in het Noorden en stelt hen in staat hun macht te vergroten en uit te breiden.

Escalerende tarieven

Het is duurder om afgewerkte producten op de Europese markt in te voeren. Voor ongebrande, groene koffie bedraagt het tarief – een soort invoerbelasting- 0%, maar voor verwerkte koffie is dit minstens 7%. Hiermee worden exporterende producenten ernstig benadeeld en is het vaak onrendabel om zelf koffie te verwerken voor de export. Niemand staat immers te springen om deze extra tarieven te betalen.

Dit mechanisme waarmee de prijs van producten kunstmatig wordt verhoogd vormt een grote barrière voor economische ontwikkeling van kleinschalige producenten. Dit noemen we tariefescalatie. Het is één van de vele regels in het internationale handelen die ervoor zorgen dat producenten in het Zuiden handel niet kunnen aanwenden om zich te ontwikkelen. Door middel van tariefescalatie schermt de Europese Unie haar markt af voor afgewerkte producten en krijgen verwerkers in de Unie alle kansen om zelf met de meerwaarde van een afgewerkt product te gaan lopen.

Bovendien blijkt het opstarten van een verwerkende industrie in het Zuiden helaas amper rendabel. Immers, om een winstgevende zaak op te starten, moet je uitrekenen of je de kosten die je maakt, kunt terugwinnen. De hoge kost van de tarieven zorgt er voor dat de rekensom nooit kan kloppen: het is te vaak niet interessant voor boerenorganisaties om te investeren in de verwerking omdat geen enkele invoerder bereid is de kunstmatig hoge prijs te betalen voor hun verwerkte producten. Het is interessanter om de ruwe –laag belaste- grondstof in te voeren en die binnen europa te verwerken, tariefloos. Op die manier worden de aspiraties van boerengroepen in het Zuiden die willen investeren, op voorhand platgeslagen door regels van het internationale handelen, die zijn opgesteld op maat van de sterkste en luidste stem.

Arme landen mogen wel (maar liefst niet teveel)

Er lijkt een oplossing voor dit oneerlijk systeem, maar dat is slechts schijn. Voor de Minst Ontwikkelde Landen zijn er uitzonderingen. Zij vallen niet onder het systeem van tariefescalatie. Goed nieuws? Nee, helemaal niet. Deze landen zijn vaak niet in staat om te investeren in een verwerkende industrie (denk aan oorlogsdreiging, amper infrastructuur, geen deftig onderwijs of gezondheidszorg) en vormen dus geen bedreiging voor de Europese verwerkers. Deze uitzonderingen lijken een cynische illustratie van de hypocrisie van het Europees beleid omdat ze in praktijk tot weinig reële handel leiden.

Kortom, tariefescalatie beschermt de grote verwerkers in het Noorden en stelt hen in staat hun macht te vergroten en uit te breiden. Macht die hen toelaat om eventuele veranderingen in de handelsregels te verhinderen of naar hun hand te zetten. Producenten in het Zuiden krijgen geen kansen om meerwaarde te creëren met hun producten en worden gedegradeerd tot enkel aanvoerders van een ruwe grondstof.